maandag 17 juni 2013

Sint Vincent in Amersfoort

Hans met bloemen




Voor deze duizendkilometervlucht  werden in ons N.I.C. een kleine 60 duiven aan de start gebracht, verdeeld over 13 liefhebbers.
De duiven werden om 13.00 uur onder gunstige omstandigheden gelost. Omdat er een stevige wind uit zuidelijke richting stond, dacht menigeen aan vroege aankomsten. Hoewel er in Nederland hier een daar wel erg vroege duiven arriveerden, duurde het toch tot tien uur voor de eerste duif zich in Keistad meldde.

En we kregen een verrassende winnaar  te zien in Hans Keller die zijn kraswitpen duivin, de 07-1562156 om 10.00.10 constateerde. De 2e duif die in Amersfoort landde was van John Rekers, hij klokte  een kwartiertje later( 10.14.41.)
Deze Reisduifduif werd op de voet gevolgd door een vogel van E.J. Bouwman.(10.15.16). De 4e die bij onze meldposter Jaap Pouw  de telefoon liet rinkelen was Rinus Lambrechts. Hij liet 10.16.33 noteren. En ja,  op plaats nummer 5  kregen we weer een Kellerduif. (10.17.14). Hans draaide tenslotte 4 van z’n 9 gezette duiven in de prijzen.
Ook de 7e en 9e plek eiste hij zo voor zich op. Herman de Waal die als 6e finishte  viel net buiten de top 5. De Cahors- duivin van Cor L. Uitham werd als 8e afgevlagd. De 10e prijs viel  ook toe aan John Rekers en Kees van Nieuwenhuizen& Zn werden 11 en 12. P. Boender pakte een 13e klassering en Rinus Lambrechts sloot de rij met de 14e en 15e prijs.

Over de winnares , die 156 van Hans nog wat aardige  saillante bijzonderheden.  Ze is overgewend vanuit Zoelen waar Hans  een paar jaar geleden nog zo idyllisch woonde aan het riviertje de Linge. Of de duivin daar nog een tussenlanding  heeft gemaakt zullen we niet weten. In 2008 en 2009 heeft ze daar nog nationaal prijs gevlogen van Montauban en Bordeaux.
Haar ouders stammen af van De Dax en de Witte Stip van Bert vd Brink en  van De Fijne x een late dochter uit de Kelsey  van ( jawel!)Rinus Lambrechts. Keller laat zijn duiven alle dagen vrij uitvliegen.
De 156 heeft met haar ploeggenoten een minimale en summiere voorbereiding op deze overnachtvlucht gehad. Een paar keer naar Langbroek, 3x naar Breda of zo,  verder de  door de afdeling ingelaste  zondagse training van Morlincourt en de voorbije week tenslotte nog die pittige ST Quentin met tegenwind.

Peter Boender die op Brive de 1e prijs opeiste en met 2 duiven mee 100% prijs pakte  en zo de sterren van de hemel speelde moest nu dus  genoegen nemen met een staartprijs en Janus Schotsman kon zijn stuntwerk van die vlucht ook niet herhalen, zijn eerste duif kwam net na winkelsluiting. Hij had nu twee duiven ingezet en was een van de vijf liefhebbers die de boot moesten missen.
Voorts lieten  enkele gekende  melkers op deze Koningsvlucht nog even verstek gaan. Zij zijn druk aan het poetsen en brengen hun troepen in stelling voor Perigueux waarvoor aankomende dinsdag ingemand  mag worden.
©c.u.

woensdag 12 juni 2013

Duif met scooter zo zielig



 
Zwartje-bijgenaamd Zwarte Streef, als ouwe baas van 2004 op zijn nest

Vannacht werd ik om 5 uur wakker. Het lukte niet om verder  te snurken Over alles dacht ik na.
Hoe ik op auto’s kwam. Joost mocht ‘t weten. Waarschijnlijk omdat een vriendin mijn voorlaatste model Micra oneerbiedig had vergeleken met een hoedendoos. Ik was een beetje in mijn wiek geschoten. Het boterde toch al niet zo geweldig tussen ons.
‘Kleren maken de man en auto’s doen dat ook’. Via dat gedachtesprongetje belandde ik bij duiven en clubgenoten.
Zou je aan de limousine die ze reden, kunnen aflezen met wat voor duivenman je te maken had.
Wim, Gerrit en Marinus verplaatsten zich in een soort theemuts; een Agila, of Suzuki.   Zij hoorden dus tot de kleine liefhebbers.
Een zich zelf respecterende duivenman reed een middenklasser en de hele groten onder hen bedienden zich van  een Mercedes ,Ford Mondeo, BMW of Citroën Xsara. Maar ‘t klopte niet.  Marinus was een flinke succesrijke fondman, een lange afstandvlieger dus, Weitstrecke, zeggen onze Oosterbuur Brieftauben Freunden!
Wim blies bij de Vitesse en midfond, de korte en middellange afstand, hoog van de toren en  Gerrit had geen duiven meer. Ton Mercedes had niet veel duiven.  De  BMW  en  Seat - Jannen  van ons sukkelden om verschillende redenen en Citroën Harry was  haast tot keizer gekroond in ons duivenwereldje.

Nee, de door mij bedachte variatie op een bekend spreekwoord ging niet op. En wat moesten we aan met ene Cor  die in zo’n 45 km botsautootje zijn fondduiven vervoerde als ze  in het weekend van Marseille  naar huis moesten gaan vliegen. Zijn 4-wielige bromfiets lawaaide als een Russische Antonov en dan zaten we nog met  Arie die zich op een fiets met aanhangertje naar het duivenlokaal trapte. 
Voor de zoveelste keer gooide  ik mij op een andere zij en toen schoot me Remy ons eeuwige jeugdlid, te binnen.  Die scheurde met een opgevoerde scooter en een mandje naar het inkorven.
Soms liet hij  lang op zich wachten. 
Dan had een motoragent hem ergens klem. Die vond zo’n  scheef zittende mannetje, met de ene hand aan het stuur en de andere  bij dat duiven kistje achter zich, geen zuivere koffie.
Sjefke van 2012, de Zoon van Zwarte Streef ,past op de eitjes

Ja,  die Remy, dat was me er eentje in zijn wilde jaren. Af en toe maakte hij het  echt te bont. Eens kwam hij bij mij langs om een zwarte jonge duif te halen. Hij had niks bij zich.
’Waar laat je dat beestje’, vroeg ik, nadat hij zijn limonade ophad,’moet ie soms op je schouder zitten!’
‘Kom en kijk maar,’zei hij.
We liepen met ‘t zwartje naar zijn  gestroomlijnde snorfiets.
Hij klapte de zitting, zijn lange buddyseat omhoog. Daaronder in een holte lag een gescheurde oude handdoek. Voorzichtig legde hij daar  eitjesde jonge vogel op en vervolgens liet hij  het zadel langzaam weer zakken. 
Daarna nam hij plaats op de scooter, de duif onder zich, en keek triomfantelijk.  Met een soort blik van;poppetje gezien, kastje gaat dicht!
‘Ben je nou helemaal besodemieterd,dat  is toch  vreselijk zielig zo helemaal alleen in het donker. Gaat dat beest niet dood en heb je die handdoek daar speciaal voor’,
’Nee,’schudde hij, ‘ ik droog  er m ’n zadel mee af als het nat is van de regen.’
Vervolgens gaf hij gas en reed het erf af.

Naschrift: voordat nu allerlei lezers in de stres schieten en naarstig naar het alarmnummer van  de Animal Cops gaan zoeken. Dat hoeft niet.
Het is allemaal goed  gekomen. Duiven zijn niet bang in het donker. Zwartje wordt komend jaar 7, een duif van middelbare leeftijd dus.
En die  Remy heeft al een paar jaar een baan als assistent bij een Dierenkliniek. In zijn vrije tijd klust hij ook nog bij in ons  regionale dierenasiel.  
Thuis houdt hij er miniatuur dierentuin op na, met een ruim assortiment aan de meest uiteenlopende huisdieren; goudvissen, zwaarddragers,neon tetra’s schildpadden, hamsters, muizen, wandelende takken,  een haan, kanaries, twee kalkoenen, kippen, eenden een hond, en een kat.  Hij  liefhebbert  nog steeds in duiven. Hij rijdt een auto met een open dak en scooteren doet hij niet meer
 ©c.u.

woensdag 29 mei 2013

Onze duiven kunnen wippen, schommelen en door een brandende hoepel vliegen.



Witte postduiven en geen circusartiesten




Jaren geleden toen ik nog een Lada of een dafje had, zag ik overal auto’s van dat merk. Het leek wel of heel Nederland in zo’n solide Russische tank rondreed Dat was natuurlijk niet waar!
Dat bepaalde dingen je opvallen, heeft meer te maken met  persoonlijke interesse. Zo heeft een duivenmelker een scherp oog voor alles wat met duif te maken heeft. Sinds ik mijn Lada bij wijze van spreken verruild heb voor postduiven, zie ik overal  wel iets dat verband houdt met mijn nieuwe gevederde vrienden. 
Als er  wielrennen op de televisie is en de  camera-helicopter zweeft boven Franse en Belgische dorpen dan zie ik  overal in achtertuinen duivenhokken. Mijn buurvrouw die met mij naar die gespierde fietsende mannen kijkt, ziet geen hokken en duiven al helemaal niet want voor haar zijn het allemaal kraaien of meeuwen.

Een ander voorbeeld: vorig zomer bracht ik met Jan, een collega van school, een bezoek aan het Museum voor Oude Ambachten op de Veluwe.  Wij wilden voor onze leerlingen een stuk schrijven dat in de piste van een circus speelde en in het museum  was een speciale tentoonstelling over de geschiedenis van het circus. Er was van alles te zien. Miniatuur circustenten, clowns, affiches met zeeleeuwen en olifanten. 
Terwijl Jan al zijn aandacht bij een fraai, maar schaars geklede pop van een trapezejuffrouw had, viel mijn ‘duivenoog’ op krantenknipsels en foto’s  over een duivenact van het circus Roberti.  ‘Onze duiven kunnen  schommelen, traplopen, wippen en door brandende hoepels vliegen’, kopte een van de knipsels.

Het onderdeel duiven, waarschijnlijk  met witte pauwstaarten of een ander soort goochelduiven,bestond uit keurig opgeplakte  gebrekkige zwart-wit foto’s en vergeelde pagina’s van kranten die al lang niet meer bestonden.
In een daarvan  “De Echo”, een familieblad voor geheel Amsterdam en omgeving, kon men lezen over de gedupeerde Roberti’s. Tijdens een voorstelling  in het Sportpark was een van de duiven, een koorddanseres plotseling weggevlogen. Voor de prijs van een dubbeltje genoten daar de kinderen uit de buurt van de merkwaardige kunstprestaties van de Roberti’s met hun duiven.
Maar een van de lieve diertjes aldus de krant kreeg het opeens op haar heupen en streek neer op het dak van een  huis. Vervolgens vloog haar man, een doffer!, die ook zijn sporen als artiest verdiend had, achter haar aan. Die probeerde zijn geliefde mee terug te lokken naar de vertrouwde stellage in het circus, maar ze vertikte het en dus kwam de doffer alleen bij de Roberti’s terug. Weg koorddanseres dus!

En “De Echo”deed een beroep op zijn lezers om naar de duif uit te kijken. De gevederde  circusartieste was het buitenleven niet gewend en zou na een dag of vijf wel ergens  uitgeput in Amsterdam zijn neergestreken. Vooral de duivenplathouders konden een handje mee  helpen. Wie de voortvluchtige koorddanseres ontdekte, kon er zo voor zorgen dat de Roberti’s hun glansnummer weer konden brengen, want het ging tenslotte ook om hun broodwinning.
Ik riep Jan bij de mini- leeuwen en tijgers weg en wees hem op de witte duivenvoorstelling.
‘Dat is wel wat voor ons stuk’, zei ik enthousiast, ‘ik  heb thuis nog een  grote oude koperen papagaaienkooi, daar zetten we een paar van mijn rooie en bonte duiven in. Ik schrijf nog een paar dialogen. Dat is hartstikke leuk!’
Maar Jan schudde zijn hoofd ‘Wat moeten die kinderen dan met die duiven van jou! Kun je postduiven zo gauw allerlei geintjes leren?’
‘Nee, dat niet’ reageerde ik ‘we laten ze alleen bij de auditie optreden en dan wordt hun act afgekeurd en dan…’
‘Hou maar op ‘zei hij ‘ die duiven van jou ontsnappen en dan vliegen ze in school rond, nee ik zie dat niet zitten.’

Toen we een tijdje later het museumgebouw verlieten, probeerde ik het nog eens. ‘Ik kan die Roberti’s toch na die scène met die Lippizaners zetten.’
Mijn collega  schudde weer zijn kop. Buiten op de parkeerplaats stond  een groot ei. ‘Geef dat ei  dan ook maar  een plaatsje in ons  nieuwe toneel.’
Het voorwerp dat hij aanwees was niet bepaald een ei dat het duivenmelkerhart sneller deed kloppen. Het was een groot wit  geval van piepschuim of plastic. Het had raampjes, een deur en er was een loket waar je patat, ijs of andere versnaperingen kon kopen. Ik was helemaal van mijn stuk gebracht. Kortom; het ei en de Roberti-duiven kregen geen rol in ons circustoneel.

Cor Uitham

zaterdag 27 april 2013

Raadsel van gekleurde duif uit Spanje ontrafeld



Na wat speurwerk ben ik erachter gekomen wat de betekenis is van de bont gekleurde duiven in Spanje, ze hbben niets  met roofvogel afweer temaken Het gaat slechts om herkenning van de desbetreffende doffer, want alleen de doffers worden  met onschuldige verf  gekleurd.
Het zijn Pica duiven;een soort postduiven ras waar mee in wedstrijd verband op duivinnen wordt gejaagd. Deze wedstrijden worden in Spanje Sueltas genoemd en zijn erg populair de sport stamt uit de tijd van Dictator Franco die een groot liefhebber was van deze vorm van duivensport. Hij maakte zelf wetten dat alleen dit soort duiven gehouden mochten worden en verbood het houden van andere soorten duiven laat staan losvliegen.

Suelta uitleg


De Suelta is de oorspronkelijke benaming voor een wedstrijd met Pica's. Hierbij moet je voorstellen dat 50 doffers of meer. Van verschillende liefhebbers geleerd hebben om achter 1 duivin aan te gaan. En daar zo dicht mogelijk bij in de buurt blijven. 

De duivin doet er alles aan om deze horde opdringerige doffers kwijt te raken. Ze vliegt hoog door de lucht, tracht de doffers af te schudden door laag over de grond te vliegen. Maakt de meest spectaculaire wendingen. Het maakt voor de doffers niks uit, ze blijven de duivin volgen.

De duivin is duidelijk herkenbaar gemaakt door een witte veer tussen de staartpennen te bevestigen. De doffers worden hier op afgericht om alleen een duivin te volgen die herkenbaar is met een uitstekende witte veer. Hiermee wordt voorkomen dat deze Don Juan's van de lucht achter elke duivin aangaan die ze tegenkomen.
Om de doffers uit elkaar te kunnen houden tijdens een Suelta worden de doffers in de meest uiteenlopende kleuren geverfd. Met speciale onschadelijke verf. Wat ook weer een extra mooi gezicht is tijdens een wedstrijd.
Elke doffer heeft een eigen kleurpatroon, die geregistreerd staat bij Pica Sport Nederland.
Een wedstrijd duurt één uur of twee uur wat vooraf wordt afgesproken. Veelal wordt de wedstrijd gekeurd door drie keurmeesters die elk een onderdeel onder hun hoeden nemen. 
Er wordt gelet op:
  • het achtervolgen van de duivin
  • vliegwerk, of een doffer de duivin probeert mee te nemen
  • grondwerk, of een doffer de duivin probeert mee te nemen
Om een Suelta te houden hebben we een willekeurige locatie nodig waar enkele sueltaduivinen zijn uitgewend. Er zijn altijd meerdere duivinnen nodig om te voorkomen dat ze helemaal uitgeput raken tijdens de Suelta. Tijdens een wedstrijd worden de duivinnen dan ook met elkaar afgewisseld. Voor de doffer maakt het niet uit want hij heeft geleerd om achter elke duivin aan te gaan met een witte uitstekende staartpen.
De getrainde doffers zullen de duivin altijd volgen en blijven dan ook op de locatie waar de duivin is losgelaten. Als de Suelta ten einde is dan worden de doffers gevangen door een duivin in de hand te houden. De eigenaar roept zijn doffer en laat een duivin zien die hij vast heeft. Een goed getrainde doffer zal dan ogenblikkelijk zijn beloning komen halen en dat is even samen met een duivin te kunnen zijn om de liefde te bedrijven.
 
Een Suelta kan overal worden gehouden mits daar enkele duivinnen zijn uitgewend. Het verliezen van een goed getrainde Pica is bijna onmogelijk. Het uitwennen van de doffer is niet nodig. Hij vliegt op elke lokatie en zal daar weer terugkeren mits er een Sueltaduivin woont.
Eens in de drie jaar is het zover, dan komen de beste Pica's bij elkaar. Om zich te kunnen meten met de beste kampioenen van andere liefhebbers uit binnen en buitenland. Dit gebeurt natuurlijk in het land waar de Pica zijn oorsprong heeft, Spanje.
De betere Pica's zijn enkele honderden euro's waard maar de grote kampioenen kunnen met gemak wel duizenden euro's opbrengen.


Op grote nationale en internationale wedstrijden worden er zelfs speciale velden ingericht om een Suelta te houden. Rondom het veld staan kleine duivenhokken opgesteld. De doffers worden naar deze locatie heen gestuurd en verzorgd door leden van de betreffende Deportivo afdeling. De betreffende afdeling verzorgt de Pica's voor enkele weken zodat ze aan de omgeving gewend raken en volledig geacclimatiseerd met de wedstrijd mee kunnen doen.
Kosten noch moeite wordt er bespaard om het de grote kampioenen naar de zin te maken.
Voor een afdelingswedstrijd is dat niet gebruikelijk. Dan worden de doffers direct op de wedstrijd locatie losgelaten. Zonder dat ze van tevoren zijn uitgewend.
Natuurlijk worden er ook Suelta's gehouden onderling vrienden en kennissen. Het gaat dan meestal niet om een prijs. Maar meer om de gezelligheid en het samen kunnen genieten van de Picasport.
Spaanse historie
In Spanje onder het dictatorschap van Franco, heeft de Sueltasport binnen de duivenhobby een grote plaats ingenomen. Officieel beschermd en geholpen door Franco, groeide de Sueltasport zo groot, dat zelfs de regering allerlei regels opstelde om deze nationale sport niets in de weg te leggen.
Zo is het bijvoorbeeld toegestaan om je doffer uit andermans tuin te halen. Of tijdens een Suelta de straat afzetten om de Pica's vooral niet te storen tijdens hun spel.
Franco promootte de Sueltasport en de moderne Spaanse diefkroppers die hiervoor werden gebruikt, en verbood zelfs om te vliegen en vangen met andere Spaanse rassen.
De kwekers van de vele verschillende Spaanse kropperrassen., werden gedwongen om een beslissing te nemen. Het overschakelen naar de Sueltasport, om zodoende te kunnen blijven vliegen en werken met hun duiven., of hun oude rassen verder te promoten als zijnde showdieren. Zodat hun duiven niet langer werden verboden door de dictator en verguisd door de vele aanhangers van de Sueltasport.
De meeste diefkropper kwekers gaven dan ook hun ras op, mede door de druk van Franco en zijn aanhangers, maar toch ook vanwege het spektakel van de Sueltasport en zijn populariteit en begonnen ze hun duiven te kruisen en verder te kweken om aan de eisen van de Sueltasport te voldoen. Op deze manier konden ze ieder geval de eeuwenlange geselecteerde eigenschappen behouden voor de toekomst.

Andere duivenmelkers die de oude kropperrassen koste wat het kost wilden behouden, begonnen naar de nieuwe showstandaards te selecteren die voor elk ras werd gemaakt. Maar daarmee ging jammer genoeg wel de eeuwenoude eigenschappen van het ras verloren omdat de nadruk werd gelegd op de showkwaliteiten zoals type en kleur.
Slechts een handvol duivenmelkers weigerden hun duiven verder te kweken voor tentoonstellingen.
In het geheim gingen ze verder met het kweken van hun diefkroppers. Ongehinderd door show- standaarden maar streng selecterend op de kwaliteiten als diefkropper. Ze bleven door werken met hun diefkroppers (en zoveel mogelijk duiven te vangen) ondanks het uitzicht op zware straffen van Franco.
De Gutarossa Palomas Deportivo (de ultieme sportduif) zoals de officiële naam is van de Pica. Is duidelijk ontstaan door het kruisen van alle Spaanse kropperrassen die in de tijd van Franco bestonden. Het belangrijkste ras wat zijn grootste aandeel hierin had was de oude Valenciano

een bijdrage van Jan Recourt