zaterdag 21 september 2013

Het Bergerac- weekend van 2013; een nabeschouwing

Bergerac in onze stad

En dan kregen we tot slot te maken met twee Bergeracvluchten in 1 weekend. De middaglossing was door omstandigheden( te warm weer) een week opgeschoven. Nooit eerder vertoond in het duiventheater. Een middaglossing en een ochtendlossing met aankomsten en kloklichterij en module-uitlezingen op grotendeels dezelfde dag. Het afgelopen seizoen was er toch al een van onzekerheid en verrassing geweest, zo werd er steeds vaker naar andere losplaatsen gereden.

Natuurlijk vielen ze  van Bergerac niet als zand en aan de lopende bandBijschrift toevoegen
De overnachtvlucht ging op 03-08 om 14 uur los, de eendaagse Bergeracrace ging op die dag ’s morgens om 8.15 uur van start. In beide gevallen was de wind variabel. Bij de morgenlossing noteerden we de eerste 5 aankomsten tussen tien over acht en ongeveer half tien ’s avonds. marathonman
Johan van Vliet werd om 20.10.55 afgevlagd Er waren 72 ingekorfd door 7 liefhebbers en de prijzen waren tegen elf uur de volgende dag verdiend. En een half uurtje later meldde zich bij Gerard de Graaf in Hoevelaken de eerste middagduif. Zijn duif was 133 Amersfoortse concurrenten te vlug af en 16 deelnemers hadden het nakijken.

Van Vliet en De Graaf zorgden ook voor onverwacht succes. Immers het waren dit keer eens niet de bekende en gekende Fond- coryfeeën  die anders altijd met het eremetaal en de lauwerkrans gingen strijken. Nee, de beide mannen lieten Lambrechts, Bouwman, Boender, Maassen en de beide Keesjes  nu eens een poepie ruiken.
Bij de middaglossing was Hans Keller met een 2e, 4e  en nog zes prijzen succesvol.  Als 3e finishten Vader& Zn K van Nieuwenhuijzen en dan Willem van Rhenen op de 5e en 6e  plaats  en met 7 van de 15 in het klassement .

Op de ochtendvlucht noteerde Johan van Vliet ook nog een 3e en 8e prijs met de hete adem van Rinus L in zijn nek want die maakte een indrukwekkende serie:2-4-6-7-9-11-16-17-18. Voorts verdient toch vermelding de Combinatie de Groot & Dochter met de 5e plaats. Terwijl bij de middagvlucht 7 van de 17 deelnemers de prijzenboot misten vlogen alle 7 deelnemers op de ochtendvlucht prijs.  De duiven vielen niet als zand en aan de lopende band. Toch  stonden  relatief gezien niet  lang open en hadden een vlot verloop
©c.u.

donderdag 19 september 2013

Willem en het slechte weer




Weer thuis





Het was op een woensdagmiddag en  het liep al  tegen een uur of vijf toen ik een telefoontje kreeg.
De stem aan de andere kant van de lijn stelde zich voor als Gerard uit Amersfoort.
'Zeg Paul' sprak hij  ’Ik heb je telefoonnummer gekregen van Cor’.
Cor is een bevriende duivenhouder uit Amersfoort die ik al een aantal jaren ken.
'Het is het zo' vervolgde Gerard 'Ik heb een jonge duif in de J. H. Janssenstraat bij jou in de wijk zitten'.
Nu woonde  ik al zowat mijn hele leven in deze wijk maar van die straat had ik nog nooit gehoord.
'Je wilt zeker dat ik hem even ga halen' zei ik tegen hem.
'Dat zou heel fijn zijn Paul' sprak de stem aan andere kant van de lijn 'De duif zit bij een particulier en ik vind het zo vervelend als een duif bij mensen zit die niets van duiven afweten’.
’Dat is ook vervelend’ gaf ik als antwoord.
’Ik heb gezegd dat vandaag nog iemand de duif zal halen, lukt je dat?’ vervolgde de Amersfoorter.
’Ik doe mijn best’ zuchtte ik. 
Een blik op de plattegrond van Groningen leerde mij dat de J. H. Janssenstraat wel degelijk in onze wijk laag.

Toen ik mijn kleine mandje uit de schuur wilde pakken, stond die niet op de plek waar hij altijd stond en waar ik ook zocht ik kon het ding niet vinden.
Heb ik het mandje dan uitgeleend? was mijn gedachte maar hoe ik ook piekerde hierover ik kon mij er niets van herinneren.
Uiteindelijk ben ik maar naar de bewuste straat gefietst om de uit koers geraakte verenvriend te gaan halen.
Het waaide buiten behoorlijk en onderweg moest ik nog schuilen voor een enorme stortbui.
Voor het huis van de portiek waarin ik schuilde stapte een bejaarde man van de fiets, die er uitzag of hij al sinds zijn trouwdag niet meer uit de kleren was geweest. Hij draaide zijn hoofd in mijn richting en sprak: ’Wat een snert weer is het hé.’ Ik knikte instemmend. De man haalde een sleutel uit zijn zak en liep naar de voordeur ’wat een snertweer is het hé’ herhaalde hij nog een keer. Hij opende de deur en besloot: Wat een snert weer.  
Gelukkig was er voor het weekend als de duiven weer moesten vliegen beter weer voorspeld.

Toen ik bij het bewuste asieladres aanbelde werd ik hartelijk ontvangen door de vrouw des huizes.
'Komt u maar snel binnen' zei ze 'Ik had u niet meer verwacht met dit slechte weer'.
'Zo snel smelt ik niet' zei ik lachend tegen haar, want ik blijf een charmeur ook als het bakstenen regent!.
In de kamer dartelde een klein jongetje rond en aan de tafel zat een man in een tijdschrift te bladeren.
Hij keek over zijn tijdschrift heen en zei op vragende toon 'U komt zeker voor de duif?'
In de hoek van de kamer stond een grote plastic bak met grotendeels het deksel erover heen.
'Daar is hij' sprak de man terwijl hij in de richting van de plastic bak wees.
'Heel fijn' zei ik 'Dan zal ik zorgen dat hij weer bij zijn baasje terechtkomt'.

Buiten was het inmiddels weer flink gaan plenzen, het kwam met bakken tegelijk naar beneden.
'Wilt u koffie', vroeg de vrouw aan mij.
'Dat sla ik niet af ', zei ik, terwijl ik naar buiten keek 'Daarna zal het ook wel weer droog zijn' merkte ik nog op.
Tijdens de koffie vertelde mijn gastvrouw dat de duif de keuken in gewandeld was, ze had wat tortelduiven voer gekocht en ze waren via de duivensite van de N.P.O. achter het telefoonnummer van de eigenaar gekomen.
Ze wisten niets van postduiven af maar waren erg geïnteresseerd in de sport.

Het kleine jongetje was inmiddels op de schoot van zijn moeder gekropen.
'Willem gaat ons verlaten' zei ze tegen de kleine die wat heen en weer zat te wiebelen.
'Willem,'vroeg ik verbaasd.
'We hebben hem Willem genoemd' zei ze lachend 'Misschien is het wel een vrouwtje, maar ach'.
Het was inmiddels bijna droog geworden en ik bedankte de verzorgers van de duif voor de goede zorgen en vroeg wat ik ze verschuldigd was.
'Bent u betoeterd, wij zijn blij dat de duif weer bij zijn baasje terechtkomt' was het antwoord.
Ik haalde de duif uit de plastic bak.
'Heeft u geen doosje' ,informeerde  de verzorgster van de duif.
'Ik had een klein mandje maar zou niet weten waar ik het gelaten heb' zei ik.
'Mijn man wil u wel even brengen', zei ze.
'Ik woon vlakbij en ik weet hoe ik een duif vast moet houden' antwoordde ik.
’U moet het zelf weten maar het is maar een kleine moeite hoor’ zei ze.
'Geef Willem maar een kusje want hij gaat ons verlaten' sprak de vrouw tot haar zoontje.
Het jongetje tuitte zijn lippen en de duif kreeg een zoen op zijn kopje.

Bij de voordeur kwam haar man nog aangesneld en even dacht ik dat ook hij de duif wilde kussen, maar hij overhandigde mij het zakje met tortelduivenvoer.
'Hier hebben wij toch niets meer aan' zei hij.
Ik bedankte het gastgezin nogmaals en reed richting huis.
En daar fietste ik met Willem in mijn hand en een zakje duivenvoer in mijn jaszak.
Het regende zachtjes maar ik vernam het amper mijn enige gedachte was weer bij het zoekgeraakte mandje.

UIT HET DUIVENLEVEN GEGREPEN                                                                                       ©.P.J.Gelderman

dinsdag 27 augustus 2013

Een verrassingsei

Ho Ho die zijn niet allemaal van mij hoor


Klaas Ketel droeg mijn manden van de auto naar het duivenlokaal. Dat was aardig Ik ben niet meer zo snel  ter been en wat krakkemikkig in de botten. Ook   onze ‘Big Willem’ tilde een mandje voor me.
‘Nou, hij heeft het aardig voor elkaar,’bromden duivenomstanders goedkeurend, de hulptroepen zijn ingeroepen.’
Even later toen ik aan de beurt was en m ’n vrouwtjesduiven aangaf,verscheen Willem terloops naast me, wees in de korf  en zei:’Kijk,  daar ligt een ei.’
Theo, achter de inkorftafel, schamperde:’Hoe lang ben jij nou duivenmelker, man! Je voelt toch dat een duivin leggen moet, dat ze ontsluiting heeft! Zo’n meisje laat je toch  de volgende dag geen 400 kilometer vliegen….’

‘Dat is onverantwoord,’zei Klaas, die nou ook opeens in beeld was,’dan heeft een duif een losse stuit.’
‘Ja,’knikte Theo,’die vogel heeft last van bekkeninstabiliteit.’Het lange woord  rolde vlekkeloos van zijn tong. Ik keek in de mand. Bij en boven het gewraakte ei zat de Kleine Bonte. Ze was zorgzaam trots op haar productie, zo leek het.
Ik gaf  haar aan Theo.
’Denk je dat ze los ligt en gelegd heeft,’vroeg ik.
‘Het zou best kunnen,’ zei hij neutraal.
 Hij hield zich op de vlakte.
‘Dan gaat ze mee terug naar huis,’reageerde ik resoluut. En ik leg dat ei in haar broedschotel, kan ze mooi van  haar tweede ei bevallen.
Verdikkeme een ei wie heeft die nou gelegd

En zo geschiedde. Maar enkele dagen later lagen er drie eieren in het nest. Dat klopte niet. Alleen bij hoge uitzondering legt een duif meer dan twee.
Een paar weken daarna was ‘Big Willem’ weer hulpvaardig en speelde de Barmhartige Samaritaan. En toen Ketel bij de inkorftafel opnieuw in een  mand met doffers wees naar een ei, ging me een lichtje op. Het was een fop – ei. 
Klaas en zijn kompaan hadden me  een luizenstreek geleverd.
Ik voelde me een beetje in mijn wiek geschoten. Als het nou een verrassingsei was geweest; zo eentje die je vroeger op straat  voor een kwartje bij een winkel uit de snoepautomaat kon trekken,dan had ik het leuker gevonden. In zo’n ei van  chocola  zaten dingetjes en puzzelspeeltjes. Automaten zie ik niet meer. Maar ze zijn er nog  die grote snoepeieren. 
Tegenwoordig zijn ze een verzamelobject, als postzegels, suikerzakjes en zo.  Er worden door liefhebbers- geen duivenkerels in dit geval!- soms hoge bedragen voor  zo’n surprise - ei  neergeteld. Hoe dan ook! In het nest van de ‘Kleine Bonte’ lagen na 18 dagen 3  babyduifjes. Wie evenwel de ouders van het adoptie- ei waren zal wel altijd een raadsel blijven.
©.c.u.

dinsdag 20 augustus 2013

Extra gefladder





Bijna  thuis nog  maar een rondje
maar baas Jan ziet dat liever niet
de eerste prijs lag in het verschiet
 zo’n melker heeft  een kort lontje.

Dus duif val rechtstreeks op dat hok
anders krijg je het met Jan aan de stok
geen extra ererondes ben je nou mal
weet dat Janneman niet blij lachen zal.

na 300 kilometer wel  nog  even laten zien
hoe mooi en vlug je vliegen kan misschien
nu sta je niet eens meer in de duiftoptien.

 Jij kunt wel wat met de wieken klappen
 je moet winnen probeer dat te snappen
 baas Jan houdt niet zo van zulke grappen.

Jij faalt al ben je dan een duifje om te zoenen
je melker zit veel liever bij grote kampioenen
en loopt graag blijmoedig naast zijn schoenen.
©c.u.




zondag 11 augustus 2013

Een verdwaalde duif




En daar zit mijn ooievaar
 Zutphense wind

Duiven komen bij hun zwerftochten op vreemde plaatsen terecht; dat was in Bijbelse tijden al zo en nu is het niet anders. Een poosje terug krijgt mijn buurmanduivenmelker bericht dat een duif van hem in de gevangenis in Arnhem zit, waar de duif  blijmoedig door gevangenen en cipiers wordt vertroeteld. Na een paar dagen wordt de donkerkras onvoorwaardelijk in vrijheid gesteld en keert naar z'n broedbak terug.

Op mijn eigen hok zit sinds het vroege voorjaar het zogenoemde AZU-duifje. Mijn zoon werkt als tuinmedewerker bij het Academisch Ziekenhuis in Utrecht en vangt daar in het najaar een bijna zwart duifje. Dat wil zeggen het dier komt het kantoor van de tuindienst binnenwandelen, het kan niet behoorlijk vliegen, want aan een kant zijn haast al z'n slag en broekpennen afgeknipt.

Omdat ik het beest niet direct wil hebben en de eigenaar niet bereikbaar is of de duif niet terug kan halen, wordt de duivin, want het is een vrouwtje, in de volière van het ziekenhuis ondergebracht. Daar zit ze de hele winter temidden van parkieten, kanaries en ander schreeuwerig en kleurrijk gevogelte, tot ik in februari een duivin tekort kom. Ze wordt gekoppeld met de 013, ook een ongeluksduif. Ik bel de liefhebber die ergens in de Betuwe woont; hij stuurt een stamkaart met een eigendomsbewijs. Het ziekenhuisduifje blijkt aangeschaft te zijn bij een bekende fondliefhebber uit Ooltgensplaat. De stamboom geeft het nodige vuurwerk te zien en de ziekenhuisvogel, een Wanrooyprodukt, mag voorlopig blijven. Misschien geeft ze knappe kinderen; je weet maar nooit. "Wat is wijsheid", zegt clubgenoot Harry N. in zo'n geval, waarmee hij wil aangeven dat hij niets weet, tenminste niet van duiven.

Aan het begin van het jonge duivenseizoen, nog voor de zo verwoestende eerste africhtingen en wedvluchten zijn begonnen, krijg ik een telefoontje uit Zutphen.
" Met Manuela, ik heb hier een duif van u; hij heeft uw telefoonnummer." 
 "Dat is leuk voor jou, Manuela!" Aan de stem te oordelen is het nog een jong meisje. 
" Hoe ziet de duif eruit," vraag ik. 
" Hij is wit met hier en daar een beetje zwart." Dat is een van mijn ooievaars, maar ik wil natuurlijk weten of het dier redelijk gezond is.
" Hebben jullie postduiven; hoe kom je aan het beest", wil ik weten. 
"Nee, hij is de woonkamer ingelopen," zegt ze. 
Ik beloof dat ik terug  bel en dat ik het dier zal ophalen. Een tochtje naar Zutphen lijkt me niet onaardig; de stad van Eyerkamp, Ponderosa en Greenfield Studd, ik vraag me af of mijn ooievaar op de Woonboulevard welkom zal zijn.

Een dag later bel ik het nummer van die Manuela." Met Honden kap- en trimsalon Manuela", hoor ik iemand zeggen. Ik ben wel even van mijn stuk. Wat doet die duif  bij een hondenkapper." Ik vraag of ze daar een duif hebben en vertel dat ik die terug wil hebben.. 
" Jullie hebben mijn duif toch niet geknipt," grap ik. 
Er klinkt gegiechel en ik krijg uitleg hoe ik het adres kan vinden.

Op een maandag rijd ik naar Zutphen; het stadje is uitgestorven.' Zutphense wind', daar moet ik aan denken. Vroeger heb ik op de kweekschool voor onderwijzers in Deventer gezeten, er zit in mijn klas een jongen uit Zutphen en wij schelden hem uit voor Zutphense wind en hij roept op zijn beurt:"Deventer koek". Daarmee is de stand gelijk.

Bij een van de weinige winkels die open zijn, koop ik iets voor bij de koffie. Vervolgens ga ik naar een straat met statige herenhuizen ergens aan de buitenkant van de stad. Ik vind het adres gemakkelijk. Als ik om het huis heenloop, blaffen overal achter en in het huis honden. Er komt een blonde vrouw naar buiten van achter in de veertig. Dat is Manuela.
 " U komt voor de duif", zegt ze, komt u maar verder. 

Via een trapje en de serre komen we in de woonkamer. Over de hele lengte van de achter- en voorkamer bevinden zich aan beide zijden hokjes met honden, die blaffen, keffen en grommen en op het dressoir in een grote papagaaiekooi zit mijn ooievaar op een stokje.
"Dat zijn Rushdale terriërs", zegt ze, als ze m'n bezorgde blik ziet," die fok ik, ze doen niks."Daar zit uw duif, hoe komt ze nou in Zutphen terecht, Amersfoort is toch veel leuker!" 
" Het beest is een beetje dom en is verdwaald zeg ik, ik ga hem weer opknappen en dan ga ik er weer mee vliegen." 
"En als het niet lukt," moet ze weten. " Ja," zeg ik," dan mag ze niet blijven." 
"U kunt haar nog altijd opeten," reageert Manuela,'duif smaakt lekker!" Ferme taal; ik geef haar de doos voor bij de koffie en even later rijd ik het maandagmorgen stadje weer uit.
Zuphense wind; ik weet nog altijd niet precies wat daarmee bedoeld wordt. Ik heb wel een vaag  negatief idee van lucht, opgeblazenheid en windeieren, maar op Manuela slaat dat allemaal beslist niet.

Cor Uitham 20 juli 1995.

 In een iets andere vorm komt dit verhaal ook voor in mijn roman 'Buitenpark Binnenpark'  (uitgegeven bij www. kirjaboek.nl )waar het af en toe ook  een beetje over duiven  gaat, maar waarin het toch vooral draait om jeugd, liefde en andere zaken.