Posts tonen met het label beginnende duivenliefhebbers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label beginnende duivenliefhebbers. Alle posts tonen

maandag 17 april 2017

Bijna botsingen




Met  een van mijn maandagmannen had ik een meningsverschil.  Eigenlijkmet allemaal trouwens. Natuurlijk ging het over duiven. Waar zouden we anders over kissebissen. Ajax  en PSV misschien! Maar ik ben een voetbalanalfabeet dus daarover mag je van mij geen zinnige dingen verwachten. Dat duiven zich  behalve tegen hoogspanningskabel s  en andere draden ook wel eens dood vlogen tegen  auto’s wanneer ze laagvliegend snelwegen kruisten, had ik in de groep gegooid.
 Rinus was het mij oneens. Hij had dat nog nooit gezien of meegemaakt en lachte me royaal uit.
Duiven vlogen langs de autowegen naar huis, dat hadden  geleerde Engelsen  immers  ontdekt! Hoe konden ze dan tegen een auto aanbotsen en ze gingen bij het oversteken als dat nodig was toch simpelweg een beetje hoger vliegen.
‘Volgens mij’ ,  reageerde ik, ‘vliegen die duiven overal tegen op,  ze ontwijken obstakels pas op het laatste moment. En dan maken ze een inschattingsfout. Ze kijken niet uit hun doppen of zijn kippig en moeten een  bril met gratis montuur hebben.’

De anderen bemoeiden zich er nu ook mee. ‘Duiven hebben hele goeie ogen’, riep Willem, ‘roofvogels als stipjes in de lucht, zien ze eerder dan wij.’  ‘Die hebben ze met het blote oog zo in de gaten en wij zien niks’, kuchte Hans.
Waarom houden ze hun kop op zij, wou ik nu weten, dat doen duiven toch altijd, die zitten niet met hun snavel verticaal omhoog  het luchtruim te inspecteren?
‘Omdat ze anders een stijve nek krijgen’, schetterde  Roberto, ‘dat is logisch.’ Dit lokte gelach en een paar niet ter zake doende opmerkingen uit.
‘Nee’, ageerde ik, ‘veel vogels hebben ogen aan de zijkant van hun kop zitten. Als bij jou Roberto je ogen op de plek van je oren terechtgekomen zijn, dan mag je  ‘t hoofd helemaal naar  links of rechts draaien om je vriendin eens goed te kunnen bekijken.’

Gerard nam de proef op de som en  bewoog  zijn kop naar alle kanten. Hij vond ’t best lastig.
Duiven zien heel scherp en goed, begon Willem weer.  Zeker daar had hij gelijk in.  Die zien met dat ene oog meer dan jij met twee. Maar zou het niet zo kunnen zijn, Willem, dat ze voor veraf veel beter zicht hebben dan voor iets dat dichterbij is!

Iedereen begon nu door elkaar heen te roepen. Het werd een soort welles nietes kakafonie. Ik dacht, jongens denk om de buurvrouw, het arme mens schrikt  van al dat gebulder.  ‘Hou je gemak eens’,  riep ik tegen Hans en Gerard. Rinus had allang afgehaakt.
Toen de rust terug was, zei ik: ‘En waarom vliegen mijn duiven als ik ze los laat altijd bijna tegen die hoge elzenbomen aan die daar honderd meter verderop staan.  Ze gaan pas op een meter of zo ervoor opzij. 
‘Oh nou begint hij weer over zijn bomen’, mompelde Rinus.  ‘Dat slaat naar mijn idee helemaal nergens op’, schamperde Willem.  ‘En ze zouden toch zo langzamerhand wel moeten weten dat die bomen daar staan, hebben ze dan geen geheugen, vergeten ze dat telkens of kachelt dat spul met de blik op oneindig gewoon overal tegen aan….’ging ik verder.
‘De volgende keer neem ik een  duivenogenbril of een loep  en een paar duiven mee, sprak Roberto plechtig, dan laat ik je eens in  het oog van een goeie postduif kijken.’ ‘Heb je nog koffie’, vroeg Hans, ‘zal ik de pot even uit de keuken halen!’
©c.u.

maandag 14 mei 2012

Deugnieten


De jonge Bourgesdoffer op z'n jonkie(1979!)

‘Vraag aan Jo Topper of hij dat bord  terug wil, anders gooi ik het in de vuilnisemmer’, zei ex duivenbuurman Jakob Bus tegen mij.
In zijn hand hield hij een groot stuk Delftsblauw. ‘Ik heb hem met Kerst nog gebruikt als schotel onder de kerstboom. Dat stond wel mooi, dat blauw onder dat groen,’ mompelde hij nog.

Aan die trofee zat een  ondeugend verhaal vast. Het gebeurde allemaal ruim 25 jaar geleden. De misdaad was en is dus verjaard.
In de zeventiger jaren vlogen de fondgekken  bij ons in de regio laat in september Bourges Jonge duiven.
Jo was lid van het lange – afstands – samenspel maar Bus, die zo’n geweldige zware vlucht ook wel eens wilde avonturen, niet. Topper vond dat geen probleem. Hij haalde twee jonge doffers bij Jacob en ging met 4 duiven en 2 klokken naar het fondlokaal.

Op 22 september, de vluchtdag, was er een strakke lucht en stond er een straffe kopwind. Ik was die avond bij m’n duivenbuurman en herinner het me allemaal  als de dag van gisteren. 
We aten een avondboterham en waren eensgezind in ons oordeel: er zou geen duif doorkomen.
Rond half acht klopte Jacob het tafellaken uit voor zijn duivenhok. Hij leek een wonderlijke tovenaar, want op ’t moment dat hij ‘t laken tegen de heldere najaarshemel leeggooide, viel er een duif.  Vijf minuten later was het donker. Ik meen dat we in die tijd nog geen zomer - en wintertijd hadden. De 981 werd geklokt en zat een tel later op een jong van een dag of tien.

Topper werd gebeld. Even later kwam er een telefoontje terug. De jonge Bourgesdoffer zat 1 en was de enige duif in de streek die die dag thuis vloog. De klok moest die avond nog gelicht en opnieuw gesteld worden.
Als twee ondeugende kwajongens reden de beide winnaars samen naar het inkorflokaal. Topper  kreeg grijnzend  op ’t podiumpje de bloemen  en Jakobus kon in het lokaaltje toekijken.
De winnende duif kreeg later een bord. Daarop stonden  vlucht, datum, ringnummer en de naam van de winnaar; Jo Topper dus.
De 981 was nog soort van Ko Nipius uit Middelharnis en na een week of drie verhuisde de duif  in ruil voor het bord naar het hok Topper.

Jarenlang hing het bord met Jo ’s naam bij Jacob Bus in de gang. Topper vliegt nog altijd, maar mijn duivenbuurman heeft al jaren geen duiven meer.
Toen ik het bord vorige week in handen kreeg,  zag ik dat de bordenschilder zich in de vluchtdatum vergist had. Er stond 22-7- 1979! Dat was dus in juli en niet op die gedenkwaardige septemberdag. Op die datum was er helemaal geen Bourges gevlogen.  Zo werd het kwaad gestraft.
Jakob was die 7 nooit opgevallen. Topper,die het wel wist, hoefde het bord niet zo nodig terug.
C.U.

woensdag 25 januari 2012

Hoog Bezoek

een vogelspin voor juli

Het was zondagmiddag. Ik zat op de wc. Duivenmelkers doen dat natuurlijk af en toe ook. Het was een rommelig weekje geweest. 
Als penningmeester moest ik het jaarlijkse financiële overzicht van de club maken. Dat was een ramp. Een of ander bedrag was op een verkeerde plaats in de boekhouding terechtgekomen en veroorzaakte met een soort kettingreactie een heleboel fouten.
Ik belde de voorzitter en wierp hem voor de voeten dat hij of ik aan het goochelen waren geweest met de centen. Hij moest maar een andere centenboer zoeken, vond ik Maar die was niet onder de indruk van mijn geklaag. 

maar Rooie duiven heeft hij nog altijd

Verder durfden tot overmaat van ramp mijn toekomstige weduwnaars op een avond in de schemering  niet te vallen. Ze bleven rondjes uren, leek het, rondjes draaien en ploften als zandzakken met doffe dreunen op de dakpannen. Raar is dat! Bij sommige overnachtvluchten blijven ze onbekommerd in de duisternis doorkarren en lopen ook nog in het holst van de nacht zonder veel poeha het hok binnen. Dat alles zat ik daar zo op mijn gemak te overdenken.

De deurbel ging! Ik hoorde jongensstemmen. Die kwamen vast ouwe kranten halen. Ze moesten maar even wachten. Ik moest eerst mijn karwei afmaken. Ik keek naar de sneeuwuil op de kalender die ik ieder jaar van mijn postduivenblad voor het nieuwe jaar kreeg 
Een kalender met allerlei vogels en dieren!  Een vogelspin voor de maand juli.Een wolf voor februari, een zeearend in maart en de wielewaal voor april bijvoorbeeld. Je zou denken dat  zo’n duivenkrant iets met  vliegende en broedende duiven  stuurde. Nou mooi niet! Middeleeuwse schilderijen, leeuwen en tijgers, noem maar op! 

“Het is een aardig man”, hoorde ik de jongens buiten zeggen,” hij is wel thuis, wacht maar hij komt zo. Ik krijg vast wel wat van hem.” Ik trok door een deed de voordeur open en zei: “ Zo en moet jij dan wel van mij krijgen?”
“Duiven, meneer,” zei de kleinste van de twee jongens. “ Ik heb duiven, twee mannetjes nog en die vechten veel, want de vrouwtjes zijn weggevlogen.”
“Ja,” zei ik dat doen vrouwtjes vaker.” Hij keek mij onzeker aan. Zijn wat forser gebouwde vriendje stond er zwijgend als een soort lijfwacht bij.
“En nu wil jij een paar duivinnen, “ ging ik verder, dat kan, maar dan moet je zaterdag terugkomen. Ik kan niet zo maar een paar duiven grijpen.”

Hij knikte tevreden en wierp zijn bodyguard een blik toe van:” Zie je wel.”
“Van wie heb je die twee doffer,” informeerde ik  verder. Die waren van ene meneer Han uit Soest, dat was ook een aardige man en de mannetjes waren rood.
“Misschien vonden de vrouwtjes die kleur niet mooi, zei de forsgebouwde vriend. Nadenkend.
Is dat Han of Hans,” vroeg ik, want die doen alle twee veel aan het promoten, eh het stimuleren  van de duivensport.”
“ Han”,  reageerde de kleine en liet niet merken dat hij mijn moeilijke  woorden de ballen snapte.

Ze gingen, bijna knippend en buigend als Japanners die juist een dure aanschaf hadden gedaan. Ze zouden terugkomen! Ik deed de deur dicht Binnen in mijn werkkamer keek nog eens voor de zoveelste keer in mijn kasboek. 
Natuurlijk had ik nog wel een paar laatjes voor dat joch! Ik kende hem wel, hij heette Remco, schoot me nu te binnen. Hij had hier een tijdje in de buurt gewoond bij zijn vader. Die maakte zich zorgen omdat z’n zoon  net met andere kinderen speelde en elke dag  urenlang met insecten, rupsen en wormen zat te spelen en overal  kleine privé tuintjes aanlegde. En nu waren het dus duiven!
rechts de ouwe spoetnik die ik over had

Was het wel verstandig van me om  Remco en zijn indrukwekkende metgezel van postduiven te voorzien. Straks maakten ze reclame op school en dan had je het gedonder in de glazen. 
Allemaal duivenbedelende kinderen aan de deur. Geen tijd meer om even rustig een kopje thee te drinken bij wijze van spreken.
Veel duivenmelkers zijn niet royaal of scheutig met het weggeven van hun gevederde ‘vrienden’ aan  kinderen die tijdelijk een bevlieging hebben. Ze maken zich zorgen over de huisvesting en de verzorging. Bovendien geeft het overwennen problemen en overlast. 
En die nieuwbakken jonge duivenliefhebber komt een flink aantal keren terug! 
Nee, de meesten van ons brengen hun  bevolkingsoverschot liever naar de poelier, het Chinese restaurant of de dierentuin, dan zijn we van een heleboel gezeur af!
De rest van de week verliep zonder schokkende gebeurtenissen. Het zoekgeraakte geldbedrag viel plotseling op zijn plaats. De doffers waren wijs geworden en zochten tijdig hun schabbetjes op. Wel kwam er  nog een uit de koers geraakte Engelse vale duivin aanvliegen. Helemaal uit Schotland.

Gisteren meldden Remco en zijn maat zich stipt gemeld. Met een kartonnen doos van de supermarkt. Ik heb drie duivinnen en een witte doffer  meegegeven. Wit was zo mooi, vond de ex spinnen, rupsen en wormen dresseur.
“Die gele daar is ook mooi, bromde de grote vriend, op de Engelse wijzend.
” Die kan jullie niet verstaan, die moet hier blijven, die komt uit Engeland. Wil jij soms ook duiven hebben,” vroeg ik,” Nee, hij schudde vastbesloten het hoofd, .
“Je mag die duiven drie weken niet los laten, je moet wachten tot ze getrouwd zijn en eieren hebben,” zei ik op strenge toon tegen Remco

Tegenwoordig  speelt hij ook met Bonte duiven

“ Dat is wel lang, gaan de vleugels dan niet vastzitten,” vroeg Remco  verbaasd.  Je kunt ze gerust een paar maand opsluiten, stelde ik gerust.” Kunnen je duiven naar buiten kijken en de omgeving verkennen?” Nee dat konden ze niet! Ik gaf daarom een grote oude spoetnik( duivenkooi) mee die  door de elektronische vooruitgang  geen dienst meer deed. Dolgelukkig vertrokken de beide heren met hun handel!
C.U.