Posts tonen met het label gewond. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gewond. Alle posts tonen

dinsdag 1 november 2011

Een wonderbaarlijke genezing

IJsduifje  groter gegroeid en helemaal het heertje of vrouwtje

Ofwel eerste hulp bij duivenongelukken
Mijn buurman heeft altijd wat. Kriebel aan z’n neus en kriebel aan zijn gat. Dat is een spreekwoord van mijn moeder. 
Ik heb het natuurlijk over z’n  sierduiven en mijn moeder is al lang dood. 
Sinds ik hem witte  Hagenaars, en  een paar IJsduiven die luidruchtig rond klapwieken, heb gegeven, beleeft hij rare zaken. 

Vorig week toen ik  boven achter mijn toetsenbord een stukje zat te tikken, klonk beneden  in huis  een stem 
Onder aan de trap stond Buurman Ed. In z’n hand had hij een  versgeboren papjong. Achter hem stonden zijn beide dochtertjes Bettine en Willemijn met grote schotelantenne – oogjes toe te kijken.

’ Ik heb een gewonde. Er zit een gat in dat beestje. Zie hier maar.’
Hij wees naar een flinke scheur in de krop. Er kwam een soort smeerkaas uit.
’Dat is nou duivenmelk’, zei ik. De buurmeisjes deden een stap naar voren.
’Wat doen we er aan; kunnen we daar een pleister op plakken’, vroeg hij. Ik schudde het hoofd. 

Doodslaan, dacht ik. Maar dat zei ik niet, want diezelfde bezorgde, zielig en verbaasd kijkende meiden van hem waren half uur eerder aan de voordeur geweest met een soort collecte voor de bescherming van het ongeboren kind. Ze hadden mij een doosje Wilhelmina - pepermunt verkocht.

‘We kunnen dat gaatje misschien dichtnaaien’, zei Ed, die mijn aarzeling zag. ‘Daar ben jij goed in. Dat heb je wel eens verteld.’
 ‘Dat waren wel grote   volwassen duiven,’reageerde ik, hier valt niks aan te naaien. Je kunt ‘t met suikerwater proberen te dichten.’
’Suiker!’ Ed’s wenkbrauwen schoten omhoog.
En ik legde uit dat een reepje verbandgaas in water met verzadigde suiker hard werd en dat je zo een korstje kon leggen op dat wondje.
‘Maar dit vogeltje is te klein voor zo’n operatie,’besloot ik. 
Buurman keek besluiteloos naar z’n handen en ik vertelde dat  er niets anders opzat dan ‘t slachtoffertje terug te zetten in de broedschotel en te wachten op de dingen die kwamen. 

‘God ’s wegen zijn wonderbaar en raadselachtig, je weet maar nooit,’mompelde ik nog  toen Vader Ed met z’n gevolg vertrok.Ik ging terug naar mijn toetsenbord om mijn verhaal af te maken 

Vanzelfsprekend had hij omstandig uitgelegd hoe ’t ongeluk gebeurde. Willemijn   had zo’n grappig geel jonkie  even willen vasthouden. En toen hij ‘t pakken wilde had de doffer venijnig van zich afgepikt en daarbij had hij Ed ’s vingers  en ook z’n bloedeigen duivenkind beschadigd. 

In de dagen die volgden rapporteerden de buren regelmatig dat ‘t jonge slachtoffer nog leefde,dat ‘t gat dichtgroeide en dat het toch een wonderbare genezing was. Nu, begin mei, vliegt dezelfde jonge duif met zijn nestgenoot vrolijk rond en schijten ze  samen de buurt enthousiast onder, want buurman geeft zijn klapwiekers van ’s morgens vroeg tot ’s avond laat vrij spel.
C.U.

donderdag 6 oktober 2011

In een hangmatje



Zo af en toe  is het ontroerend om te zien hoe  duivenmelkers pogingen doen om hun gewonde duiven weer op te lappen. Als amateur-chirurgen trachten ze wonden en botbreuken te herstellen. Over het algemeen zijn duivenmannen redelijk vindingrijk.
Raad nou eens wat’, riep Jan ergens in de voorbije zomer  in het clublokaal,’ Ik heb een duif opgehangen, kijk maar! Dat klonk nogal verontrustend.  Hij toonde ons een foto. We keken.  In een  soort broedhokje aan de tuinmuur naast zijn benedenhok hing aan  wat stukken elektriciteitsdraad in een theedoek en jonge krasduif met twee water en voerbakjes voor zijn snavel.

’Die duif kwam van de ochtendtraining thuis, viel op het dak van het bovenhok met twee gebroken poten.’
‘Waarom heb je dat stroomdraad gebruikt,’ onderbrak Bertus hem,’ wou je  er een  soort elektrische stoel van maken?’
‘Hou eens even je kop, grapjurk, dan zal ik het allemaal uitleggen. Luister!
‘We gingen er eens goed voor zitten want Jan was een breedsprakig man.
’Die pootjes heb ik zo goed en zo kwaad als het ging met cocktailprikkers gespalkt en toen heb ik in  een ouwe panty van mijn vrouw een paar gaten gemaakt en de duif erin gestopt.’
‘Hoeveel denier’, vroeg Bertus, met een uitgestreken gezicht.
 Niemand lachte.
’Wat bedoel je’, aarzelde Remco, ons jeugdlid
’Let maar niet op die wijsneus, hij heeft het over de dikte van panty’s,’ kwam Harry te hulp.
‘Ik zie helemaal geen panty’, begon Remco weer,’waar zit die dan?’
‘Onder die theedoek, joh,’verklaarde Bertus,’In die panty hebben de benen van Gerda rondgewandeld en nu zit er een duif in.’
‘Waarom een theedoek?’informeerde ons leergierige jeugdlid.
Niemand vond het nodig daar serieus op in te gaan

Jan lachte onzeker,voelde zich in de maling genomen, schudde zijn kop en ging verder:’ Ik heb haakjes  boven in dat opvanghokje geschroefd en met een ouwe theedoek en een stuk snoer dat  toevallig in de werkplaats lag, heb ik de pechvogel  zo opgehangen dat hij net bij zijn eten en drinken kan en ik heb ook  voor een poepgat in die panty gezorgd. En nou moet het beestje zo een tijdje in mijn crisiscentrum blijven tot het weer lopen kan.

 ‘We bekeken de foto van het duiven ziekenzaaltje en stelden nog wat vragen. Bertus, de aangewezen generaal kampioen grappenmaker van onze vereniging, was ook in de ban geraakt van Jan’s vertelkunst en deed geen pogingen meer de lachers op zijn hand te krijgen.
Dat opvangcentrum van Jan bestond uit een aantal overtollige broedbakken of kistjes en kon met een deur van een afgedankte douchecabine worden afgesloten, opdat mussen het voer niet konden stelen en verdwaalde katten  geen kans kregen om paniek te zaaien.

De douchedeur had onze spraakzame Jan van zijn duiven buurman Peter. Die was op zijn beurt ook zo’n zorgzame duivendokter  Die Peter had een doffer met een gebroken vleugel en hij had dus voor zijn  waardevolle Lamme Mees een  ingewikkeld stelsel van trapjes geconstrueerd zodat het dier uit het hok kon komen als het in de tuin wilde wandelen.

Hoe het met de brokkenpiloot van Jan verder afliep en of  duivinnetje  nog prijs vloog, weet ik niet, maar aan dat panty en cocktailprikkerverhaal  moest ik wel even denken toen ik tussen Sinterklaas en Kerst voor een kleine operatie in het ziekenhuis belandde. 
Ik had een mediale liesbreuk, kreeg  een infuusnaald in de hand, een prik voor de verdoving in mijn rug en lag een klein half uur onder felle lampen in doeken gewikkeld op de operatietafel gekoppeld aan allerlei snoertjes en draden.
Op een gegeven moment hoorde ik de dokter vragen:’Waar is dat matje  nou; het zou wel handig zijn als we nu een matje hadden.’

Toen ik later om opheldering vroeg, zei de chirurg dat er  tijdens een hernia of liesbreukoperatie bij de patiënt een matje van een soort gordijnstof  werd bevestigd  om het gat te dichten of de breuk te helen.
Ik weet niet wat de duif van Jan van diens medische verzorging vond, maar ik voelde mij daar in dat ziekenhuis temidden van al die geluiden van piepende monitoren en automatische bloeddrukmeters hoogst ongelukkig.

Cor Uitham