Posts tonen met het label middeltjes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label middeltjes. Alle posts tonen

dinsdag 28 augustus 2012

koffiedik




Met de duiven drinkt hij graag een bakkie koffie.
Zijn  vogels krijgen dan alleen een halve eierdop
maar vliegen daardoor elk weekend aan de kop.
De concurrentie is stik jaloers en zegt wat boft ie!  

Hij wil z’n koffie met een wolkje melk en een zoetje
zijn duiven geeft hij het spul zwart en  lekker sterk
van België naar Groningen vliegen is ‘t zware werk;
toch is het peanuts met wat van dat coffeïne goedje.

Soms neemt hij voor de smaak wel een kopje thee
daar zitten zijn duiven ogenschijnlijk niet zo mee.
Maar komen zaterdags niet als een speer naar huis.

De tegenpartij is niet ontevreden, hij kijkt koffiedik
en denkt misschien ben ik wel niet zo’n slimmerik:
die proef met de kop zoethoutthee was toch abuis.

©c.u.

donderdag 23 augustus 2012

Duivenolie


drop en zoethout daar word ik blij van........

In Groningen was een klein winkeltje waar je van alles op het gebied van je gezondheid kon kopen.
Het was in de binnenstad niet ver van de Martinitoren, ik zeg met nadruk ’was’ want het is er niet meer.
Net als zoveel winkels die niet aan hun omzet komen is het verdwenen.
De panden zijn te duur, voor wat betreft de huur en als je het van zoethout, apothekersdrop, middeltjes voor spierpijn en andere gezondheidsmiddelen moet hebben, kun je beter naar een ander pand uitkijken.
Nu wist ik dat Johan een lid van onze vereniging bij dat winkeltje oliën door elkaar liet mengen.
Van dit mengsel sprenkelde hij wat op zijn duivenhok.
Het rook naar een zoetige dropgeur, en wat vlogen zijn duiven goed.
Of het nu door die oliën kwam?
Laatst liet hij zich ontvallen dat het hoofdbestanddeel van de olie anijs was.
Met een aantal andere oliën werd dit gemend onder andere Eucalyptus, Venkel, en Lavendel.

Omdat ik ook wel de zelfde prestaties als Johan wilde neer zetten besloot  ik op zoek te gaan naar deze oliën.
In een buitenwijk van Groningen vernam ik zat een winkel die dit soort oliën verkocht.
Achter de toonbank stond een klein breedgeschouderde man, hij was al jaren met geestdrift werkzaam in deze branche vertelde hij aan een klant die voor mij stond.
De klant was een man van rond de zeventig hij had een vitamine preparaat gekocht waar je meer energie van zal krijgen.

’Ieder voorjaar hebben mijn vrouw en ik er weer last van’ sprak hij tot de verkoper.
’Moe, moe en nog eens moe, we hebben van alles al geprobeerd hopelijk werkt dit’ vervolgde hij met een zucht.
’Het bouwt u weerstand op en geeft energie, ik heb al veel tevreden klanten’ sprak de verkoper geruststellend.
’Nog een snoepje?’ vroeg de verkoper en hij hield de klant een schaaltje met dropjes voor.
De vermoeide man verliet zuigend op zijn dropje de winkel.

een winkeltje niet ver van de Martinitoren en de Grote Markt
’Waarmee kan ik u van dienst zijn’ sprak de verkoper tot mij.
’Ik kom voor anijsolie’ zei ik tegen hem.
Hij pakte een klein doosje en zette het op de toonbank.
’Dat is dan zeven euro’ zei hij vriendelijk.
’Ik heb nog meer oliën nodig’ antwoordde ik ’, U raad nooit waar ik het voor nodig heb’.
’Misschien voor duiven’ zei hij als of het de gewoonste zaak van de wereld was.
Ik was met stomheid geslagen, de man merkte blijkbaar aan mij dat hij het goed had en begon te lachen.
’Toen we nog in de binnenstad de winkel hadden’ vertelde hij ’kwam er altijd een man waar we duivenolie voor maakten.
’Hij leek wel op een boertje met wat klein vee, ik heb hem al een hele tijd niet meer gezien’ vervolgde hij
’maar wacht even’.

Hij liep naar achteren en kwam even later met een bruine fles terug.
Het was zo, n fles waar ik als kind hoestsiroop uit kreeg alleen vermelde het etiket op deze fles ”Duivenolie”.
Hij draaide de dop van de fles en liet mij aan het goedje ruiken, het was dezelfde geur als wat ik soms bij Johan op het hok rook.
’Verkoopt u hier ook wat van?’ vroeg ik zenuwachtig.
’Ja hoor, ik heb die man sinds we hier zitten nog niet weer gezien’
We rekenden af en ook ik verliet de winkel zuigend op een dropje.

Op de terugweg dacht ik aan de vroege prijzen die ik zal gaan winnen.
Bij thuiskomst sprenkelde ik wat van de duivenolie op mijn hok.
Ik had vermoedelijk wat te veel van het spul gebruikt, want één van de buurtkinderen zei toen ik voorbij liep
’Mamma het ruikt hier naar drop’.
’Die avond stuurde mijn vrouw mij uit bed met de mededeling dat ik me maar moest gaan douchen.
’Je lijkt wel een anijsbol’ zei ze geïrriteerd.
Maar de zaterdag daarop zat ik vroeg en de week daarop weer.
Ik vertelde het aan een bevriende liefhebber uit Amersfoort en gaf hem de ingrediënten door die ik wist.
Hij zal het ook gaan proberen.

Toen ik hem de week daarop belde om te vragen hoe hij had gevlogen zei hij ’Mijn hok stinkt als een hoerenkast en de duiven vliegen geen meter sneller.
Bij mij zat de week daarop de klad er ook in.
Het had dus duidelijk met vorm te maken gehad dat ik een aantal weken vroeg pakte.
Maar ach, is het niet duivenhouders eigen om naar iets te zoeken waar je duiven ’nog’ sneller van gaan vliegen.
Het zat hem dus duidelijk niet in de duivenolie.

© p.j.gelderman
Uit het duivenleven gegrepen 

zondag 1 april 2012

Barnflair


de 54

Op het boodschappenlijstje  dat ik op zak had, stond een rijtje exotische  en lekker makende namen: appelazijn, vlierbessensiroop, kruidenelixer, het Japanse Go, bijengoud en P40. 
Natuurlijk deed ik geen inkopen voor vrouw en kinderen. Nee, het verlanglijstje  zou goed zijn voor mijn duiven. De azijn was geloof ik best tegen de colibacterie. De vlierbessen hielden duiven geelvrij. Het elixer was voor een heleboel zaken nuttig en kon ook in het badwater.  Bij ’t woord Go dacht ik eerst aan een gezelschapspel, een soort ingewikkeld spelletje ‘mens – erger – je -  niet’, P40 riep herinneringen wakker aan een jachtvliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog en bij Bijengoud viel er bij mij  helemaal geen kwartje. Maar Go en P40 bevorderden de groei of waren spierversterkend. Zo kon ik van mijn duiven bodybuilders maken.



Van die vlierbessenlimonade had ik het meeste plezier. Eerst had ik een fraaie dikbuikige fles met kleurig etiket in een Dierenspeciaalzaak in handen gehad. Maar het spul was daar knetterduur. 
Van clubgenoot Geert en Henk die het spul ook gebruikten kreeg het goedkopere adres van een Reform zaak ergens in de stad. 
Voor een kleine 5 euro scoorde ik daar een fles Wadden vlierbessensiroop. Ik deed een eetlepel in een longdrinkglas en probeerde het spul eerst zelf. Nee hoor, wees maar gerust dat doe ik heus niet met alle duivenmiddeltjes. Het vlierbessensapje smaakte prima.. 

Vervolgens belde ik Geert met de vraag hoe hij z’n duiven met die bessenspa behandelde.  Na de vlucht 1 eetlepel op een liter water, toeterde hij in mijn oor.
’Dat is toch veel te weinig’, was mijn weerwoord,’een  eetlepel dat doe ik voor mijzelf.’
’Doe niet zo dom,’reageerde mijn duivenraadsman,’jij bent toch veel zwaarder dan een duif. Jij hebt meer nodig.’ In het verdere verloop van onze telefonische discussie zei ik dat ik het zonde vond om dat lekkere vlierbessapje aan duiven te geven en dat ik van plan was de siroop voor eigen gebruik te reserveren.
‘Luister Geert’, lachte ik, ‘als je er een borrel door doet, heb je een tongstrelend mixje. Je kunt het dan ook  ’een Boswandeling’ noemen.’
‘Neem je moeder in de maling,’was ‘t korte antwoord. De verbinding werd verbroken.

Ik piekerde nog voort over mijn middeltjes en vlierbessen. Vorig jaar kreeg ik twee jonge duiven die in Ter Apel aan de Barnflair geboren waren. De gulle liefhebber vertelde me dat die fantastische straatnaam echt bestond. Barn was  van oorsprong een  landweg en flair betekende vlierstruik. Een weg met daarlangs vlierbessenstruiken dus.
Elixer klonk heel wetenschappelijk maar betekende gewoonweg aftreksel, leerde het woordenboek. En Bijengoud, bedacht ik opeens, was misschien bijzondere duivenhoning van speciale bijen.
C.U.