woensdag 17 april 2013

As green as grass


the sueltas from Spain

When I came home from school one tropical afternoon I discovered a green pigeon. It was quietly sitting on my very own loft. I was flabbergasted and couldn’t believe my eyes. For a single moment I was of the world. No doubt it was the heat for generally I don’t see lions on my way. The pigeon was poison green. It was about to enter the young pigeons house when I learned from its blue ring that it had to be one of my own birds. It was the 53.
In the fall of ’93 I gave her to Peter, a friendly pigeon fancier. I looked for further details in my computer. Peter was crazy about black and snow white pigeons; consequently his nickname had to be White Peter. However after a while Peter moved to another part of the town and he sold his black and white friends to what you might call an unknown  pigeon buyer-up.

I went to my neighbour who was mowing his grass and showed him my green miracle.
‘Where did you find that he asked. Such birds should be in Disneyland or belong to some fun-fair.’ ‘It’s one of my own’, I said, ’ last year I sold her to Peter.’
’I bet you’ve painted her all by yourself’, he laughed and returned to his lawnmower. I took my 53 to a little pigeon apartment for stray birds in my garage for she didn’t seem to be quite healthy.
Then I phoned John, the chairman of our pigeon club. ‘John’, I  said, ’I’ve got a green pigeon.’
‘Of course old chap, I understand, It’s rather hot today . You’ve lost your head. The children at school must have been a nuisance. You are referring to the green badge, I suppose. Keep your heart; the summer holidays are near at hand.’
‘No, no, I am serious, John boy, it’s a white pigeon that someone  painted green. Sometimes you meet with these coloured painted birds as an attraction in a fun fair or a children’s zoo.’
And John as leader of the pigeons society started to behave as a leader suits. He was wondering which idiot could have been responsible for the green affair. ‘Maybe it’s someone who likes to play  practical jokes,’ he said and he promised to start an investigation,

After our phone call in a twinkling of an eye me and my pigeon bird became the talk of the town. The reactions were different. ‘How could anyone possibly remove that paint’, somebody worried. ‘With white spirit,’ Anthony proposed. He is the eldest club member, so he ought to know better.
 ‘You’re mad, ’I grumbled,’ after moulting time my pigeon will be white again. She already threw  three flights.’
‘You could send her on the next race from France,’ suggested Bill Bully. He was often nagging and teasing his fellow pigeon people.

Of course his proposition was not real because we were racing from Creil on Saturday  and that was more than 230 miles  and the green one wasn’t properly trained and prepared. It had already been quite a performance for a tainted bird like her to fly safely home from wherever it came from.
The pigeon owners of Northern Holland had been flying from Kaatsheuvel last weekend and in that region their must be a fun-fair somewhere.
My next-door neighbour and former pigeon keeper, the one with the noisy lawnmower wanted to know if my other pigeons were not afraid of their new green loft mate. ‘Jacob ‘, I said they don’t even notice her outfit, they don’t see colours at all I think.’ And then we were arguing for quite a while whether birds could see colours.

Now  already during a few weeks the 53 has joined my flight of pigeons and the children from next door are shouting:’ See, there is flying a green one amongst these pigeons.
In between I’ve given my prodigious pigeon daughter a cock pigeon  to mate. It was love at first sight and the first egg, I can assure you, definitely wasn’t green at all.

© Cor Uitham 
nederlandse versie http://duivenpad.blogspot.nl/2011/10/zo-groen-als-gras.html       



The Sueltas in Spain are painted for  a different reason. One might think that the jolly coat was applied to frighten birds of prey, but that's not the case. In Spain they organize a  special game with these Pica- pigeons. The paint is quite harmless



vrijdag 12 april 2013

Lekker vies



Miss Moneypenny bij haar schone drinkpot


We waren op weg naar de provincie Antwerpen voor hokversterking.  Hans, een gewezen veearts, had Gerard  en mij , ‘s ochtends opgehaald. 
In zijn auto gingen allerlei toeters en bellen telkens als wij een radarcontrole naderden. Hij rookte een stevige sigaar. Kortom het was gezellig en het gesprek ging over duiven, dat kon niet missen.
’Waarom houden dieren van vies en smerig water’, wilde de vee - dokter weten. 

Hij had kritiek op de blauwe drinkgoten bij mijn buitenbakken en Gerard zei iets over mijn vijvertje vol drab dat ik voor mussen en ander vogelgespuis in m’n  tuin had. Dat was stom, daar dronken de duiven van. Hans meende dat de drinkbakken buiten ‘t hok, broedplaatsen voor het Geel waren. 
Ik zei dat mijn kwekers het hele jaar algenwater dronken en  blakend gezond waren. 
‘Mijn kat drinkt nooit schoon leidingwater’, verdedigde ik me. 
‘Een kat is geen duif’, bromde Gerard. Maar Hans knikte:’Een kat en een hond drinken van vuil water als ze de  kans schoon  zien, maar waarom ?’
‘Misschien smaakt het lekker. Ze hebben tenminste een pesthekel aan water met Parachol , Vliegvlug, of zoiets,’ zei ik.

’Wellicht heeft regenwater  een stof die dieren nodig hebben, mediteerde onze rokende bestuurder terwijl gepiep waarschuwde voor lasercontrole. 
‘De wereldberoemde  Arendonkse broertjes hadden toch ook iets met een regenput?’
’Mijn duiven eten  soms van de klimop en dat lijkt me nou niet de beste groente.’zei ik
‘ Een duif is niet gek en zal wel weten wat ie doet’, reageerde Hans. 
We passeerden de Belgische grens. Achter ons was Gerard in slaap gesukkeld. Vuil of schoon water. Het zou hem eventjes worst zijn.
C.U.

zaterdag 6 april 2013

Dolfijnen, Piraten, Duiven en Ambtenaren.

een deel van Paul's fraaie hok op de Duiventuin


 

Gisteren ging  de tuinpoortdeur open; Paul  van de Groninger Duiventuin kwam onverwacht achterom.  Dat was een verrassing. Deze keer liep hij niet op krukken zoals de vorige keer. Hij kwam ook geen jonge duiven halen maar wilde koffie! Hij zei; Ik heb de vrouwen  naar de Kringloop gebracht. Ik fronste mijn wenkbrauwen. Hij lachte: misschien kunnen ze daar voor een  habbekrats wat leuks op de kop tikken.'

 Al gauw zaten we op ons duivenstokpaardje en van alles passeerde de revue; de uitgestelde vluchten het koude voorjaar, de kweek van de jonge duiven, alle inentingen die je duiven uit voorzorg tegenwoordig nodig hebben en zo meer. Kortom het was gezellig en Paul vergat de tijd en zijn kringloopdames en daarom volgt hieronder maar weer eens een van zijn vele duifcolumns



UIT HET DUIVENLEVEN GEGREPEN

Laatst bezochten mijn vrouw, onze pleegdochter en ik het dolfinarium in Harderwijk.
Het uitje werd ons aangeboden door mijn broer.
Hij had besloten zijn verjaardag tussen de dolfijnen te vieren.
Het was voor mij lang geleden dat ik in het dolfinarium ben geweest.
Voor onze pleegdochter was het de eerste keer.
Zij genoot met volle teugen, en wij werden van de éne naar de andere attractie voortgesleept.
Eerst werden de roggen door ons gevoerd, daarna bekeken we de dolfijnenshow.
Vervolgens gingen we naar de walrussen.
Ook hier werd een show opgevoerd.
We stonden bij een bordje met daarop de tekst ’SPETTERZONE
Ik stelde nog voor om een paar rijen naar achteren te verhuizen, maar mijn goede raad werd in de wind geslagen.

Toen de show begon bemerkte ik dat mijn vrouw en pleegdochter mijn goede raad toch hadden opgevolgd.
Helaas stond ik op dat moment ingesloten door een horde gillende kinderen, voor wie de spetterzone een uitdaging bleek te zijn.
De trainer van de walrussen liet op een bepaald moment het beest onze richting oprollen.
Het dier dat zo, n 1500 kilo woog kwam met een grote plons in het water.
Een kleine tsunami was het gevolg.
De horde gillende kinderen sprong alle kanten op, voor mij was het te laat.
Ik hield er een paar natte voeten aan over.

Daarna gingen we naar een driedimensionale piratenfilm.
Bij de ingang kregen we een brilletje op ons hoofd gezet, door een tweetal kabaal makende piraten.
’We zullen die landrotten wel even een lesje leren’ schreeuwden ze.
Voor de voorstelling begon vertelde één van die schreeuwende piraten dat ze een schat op een eiland hadden begraven.
Ze hadden onder leiding van de beruchte kapitein Roodbaard ook het zoontje van de Gouverneur gevangen genomen.
Dit jochie was voor dood achtergelaten op het eiland waar tevens de schat begraven lag.
Ze schreeuwden nog wat lelijke verwensingen de zaal in om vervolgens naar het piratenschip te gaan om de schat op te halen.
Het werd donker in de zaal en wij zetten ons gekregen brilletje op.

De film begon.
Met dat brilletje op leek het of dingen vanaf het scherm de zaal inkwamen.
Het gouverneurs zoontje bleek nog in leven te zijn.
Hij had verschillende vallen op het eiland uitgezet.
De éne na de andere piraat kwam hier in terecht.
Eén van die vallen was een mand vol postduiven die tussen de struiken verstopt stond.
Een piraat struikelde over een draad waardoor de postduiven die in de mand zaten in vrijheid werden gesteld.
Door het driedimensionale gebeuren leek het of de duiven de zaal invlogen.
De piraat rees verbouwereerd weer op en werd door de duiven ondergescheten.
Ik zeg met nadruk gescheten want als onze duiven een zodanig dunne troep zouden produceren stonden we gelijk bij de man met de witte jas.
Om dit effect in de zaal te versterken vielen er gelijktijdig waterstraaltjes uit het plafond.
Het gegil dat daar op volgde gonsde door de zaal.
De makers van deze attractie hadden met deze illusie zeker in de roos geschoten.

Nu weet je als duivenhouder dat een duif bijna nooit poept in de lucht.
Als duiven poepen, doen ze dat in het hok of zoals wilde duiven op de plaatsen waar ze zitten.
Maar het doorsnee publiek weet dit niet.
Neem nu de ambtenaren in Groningen.
Die denken een oplossing voor het mest probleem van wilde duiven te hebben gevonden.
Speciale duivenvangers zullen worden ingezet om de duiven te vangen om ze vervolgens
te… Vergassen.
Dierenbeschermingsorganisaties bemoeien zich er al mee en komen met alternatieven.
Maar ja….. als ambtenaren iets bedacht hebben zijn ze vaak moeilijk op andere gedachten te brengen.

Kort geleden stond er het volgende in de krant.
Stadsduiven voeren is verboden.
De Gemeente raad heeft in de vergadering ingestemd met wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening van Groningen (APVG).
In de nieuwe verordening is onder meer het volgende artikel opgenomen Artikel 2.4.20 (stads)duiven.
Het is verboden (stads)duiven of andere overlastveroorzakende vogels te voeren of gelegenheid te bieden deze te voeren in openbare ruimte.
Tevens zal er op verzoek van de Gemeenteraad ook actieve handhaving van dit artikel plaatsvinden in verband met de overlast die door het bijvoeren wordt veroorzaakt.

Als dit in Amsterdam zal plaatsvinden dan kunnen we het beroemde liedje ’Alle duiven op de dam’ van Gert en Hermien ook in de prullenbak gooien.
Mij zakt de broek af van deze maatregelen.
Maar ja, wie ben ik.
Ik schreeuwde als eerste reactie ook ’Getverderrie’ toen ik tijdens de piratenfilm de waterstraaltjes op mijn kop kreeg.
Toen had ik naast natte voeten ook nog eens een nat bovenlijf.
   
                                                                                        ©   P.J. Gelderman




  

woensdag 3 april 2013

Slaperstil



 Een zomer of wat geleden meldde zich iemand aan de telefoon. Het ging over een opgevangen jonge duif. ‘Ik woon in Blesdijke in de kop van Overijssel, ’ zei de beller,’ daar hebt u zeker nog nooit van gehoord.
‘Ligt dat in de buurt van Muggenbeet,’vroeg ik. 
Dat was zo en hoe ik dat wist; de man van de verdwaalde duif reageerde verrast. Ik gokte natuurlijk maar wat. 

Een paar weken eerder had ik in een dagblad, de uitslag van een plaatsnamen verkiezing gelezen. De lezers hadden  Doodstil, Muggenbeet en Waterlandkerkje respectievelijk in Groningen, Overijssel en Zeeland in de top drie van mooiste dorpsnamen gekozen. Nummer 1 werd hoog gewaardeerd omdat het daar wel heel stil zou wezen. Maar het woord til betekende brug en had ook niets te maken met een duiventil. 

Dat babbelde ik allemaal tegen de Blesdijkse liefhebber die mijn verhaal onderbrak met:’Ik kom die duif wel even brengen en ik hoefde niet uit te leggen waar ik woonde, want hij had een  eigen Tom Tom, een soort  navigeersysteem.

Toen de lijn dood was, schudde ik het hoofd en dacht bij mezelf: die postduiven woonden ook in alle uithoeken van Nederland en ze kwamen in allerlei vreemde dorpen en gehuchtjes terecht. Laatst was ik voor een interview bij  ene Henderik in Soest. Hij zei:’Heb je wel eens van Moddergat gehoord, daar zat een duif van mij in de Vogelopvang. en daar vertrekken ook boten naar de Waddeneilanden’
’Jazeker, reageerde ik,’ die plaats ken ik, dat dorp ligt aan de Lauwerszee. Daar heb ik nog eens een gedichtje over gemaakt.’ ‘Wou je nog koffie met zo’n lekkere koek’,  trachtte hij me te onderbreken. Maar ik was niet te stuiten. 

“Een oude man uit Moddergat
 nam elke dag een Saunabad 
en iedereen riep Opa, foei, 
hou op met dat geknoei, 
maar die zei:’acht het zou me wat!”, 

..........en zo ratelde ik maar door.
Henderikus glimlachte beleefd en duwde me een gevulde koek in handen.
‘Ja, je hebt gekke plaatsen in de wereld, ze zult het geloven of niet maar ik had eens een  jonge duif die was met een garnalenvisser naar een Duits eiland gevaren’, bromde hij. '
'Jaja Gekke Gerrit',  zei ik,' maak dat je grootmoeder  maar wijs en ik vroeg of hij die bijzondere namen ook in de Telegraaf had gelezen.
‘Ja ja, Doodstil  heeft toen gewonnen,’knikte hij.
‘Er zijn meer van die tillen’, ging ik verder,’in het Noorden liggen ook nog ergens Briltil en Slaperstil.
‘Dat zou een mooie naam voor jouw eigen hok zijn,‘grapjaste Henderik, ‘want die slapers van jou waren  de laatste tijd voor geen meter vooruit te branden,’
Vervolgens kwam ons gesprek gelukkig weer op z’n pootjes terecht bij de winnende weduwnaar van Limoges die zich zo overtuigend van de kopgroep losgevlogen had.
C.U.