dinsdag 20 augustus 2013

Extra gefladder





Bijna  thuis nog  maar een rondje
maar baas Jan ziet dat liever niet
de eerste prijs lag in het verschiet
 zo’n melker heeft  een kort lontje.

Dus duif val rechtstreeks op dat hok
anders krijg je het met Jan aan de stok
geen extra ererondes ben je nou mal
weet dat Janneman niet blij lachen zal.

na 300 kilometer wel  nog  even laten zien
hoe mooi en vlug je vliegen kan misschien
nu sta je niet eens meer in de duiftoptien.

 Jij kunt wel wat met de wieken klappen
 je moet winnen probeer dat te snappen
 baas Jan houdt niet zo van zulke grappen.

Jij faalt al ben je dan een duifje om te zoenen
je melker zit veel liever bij grote kampioenen
en loopt graag blijmoedig naast zijn schoenen.
©c.u.




zondag 11 augustus 2013

Een verdwaalde duif




En daar zit mijn ooievaar
 Zutphense wind

Duiven komen bij hun zwerftochten op vreemde plaatsen terecht; dat was in Bijbelse tijden al zo en nu is het niet anders. Een poosje terug krijgt mijn buurmanduivenmelker bericht dat een duif van hem in de gevangenis in Arnhem zit, waar de duif  blijmoedig door gevangenen en cipiers wordt vertroeteld. Na een paar dagen wordt de donkerkras onvoorwaardelijk in vrijheid gesteld en keert naar z'n broedbak terug.

Op mijn eigen hok zit sinds het vroege voorjaar het zogenoemde AZU-duifje. Mijn zoon werkt als tuinmedewerker bij het Academisch Ziekenhuis in Utrecht en vangt daar in het najaar een bijna zwart duifje. Dat wil zeggen het dier komt het kantoor van de tuindienst binnenwandelen, het kan niet behoorlijk vliegen, want aan een kant zijn haast al z'n slag en broekpennen afgeknipt.

Omdat ik het beest niet direct wil hebben en de eigenaar niet bereikbaar is of de duif niet terug kan halen, wordt de duivin, want het is een vrouwtje, in de volière van het ziekenhuis ondergebracht. Daar zit ze de hele winter temidden van parkieten, kanaries en ander schreeuwerig en kleurrijk gevogelte, tot ik in februari een duivin tekort kom. Ze wordt gekoppeld met de 013, ook een ongeluksduif. Ik bel de liefhebber die ergens in de Betuwe woont; hij stuurt een stamkaart met een eigendomsbewijs. Het ziekenhuisduifje blijkt aangeschaft te zijn bij een bekende fondliefhebber uit Ooltgensplaat. De stamboom geeft het nodige vuurwerk te zien en de ziekenhuisvogel, een Wanrooyprodukt, mag voorlopig blijven. Misschien geeft ze knappe kinderen; je weet maar nooit. "Wat is wijsheid", zegt clubgenoot Harry N. in zo'n geval, waarmee hij wil aangeven dat hij niets weet, tenminste niet van duiven.

Aan het begin van het jonge duivenseizoen, nog voor de zo verwoestende eerste africhtingen en wedvluchten zijn begonnen, krijg ik een telefoontje uit Zutphen.
" Met Manuela, ik heb hier een duif van u; hij heeft uw telefoonnummer." 
 "Dat is leuk voor jou, Manuela!" Aan de stem te oordelen is het nog een jong meisje. 
" Hoe ziet de duif eruit," vraag ik. 
" Hij is wit met hier en daar een beetje zwart." Dat is een van mijn ooievaars, maar ik wil natuurlijk weten of het dier redelijk gezond is.
" Hebben jullie postduiven; hoe kom je aan het beest", wil ik weten. 
"Nee, hij is de woonkamer ingelopen," zegt ze. 
Ik beloof dat ik terug  bel en dat ik het dier zal ophalen. Een tochtje naar Zutphen lijkt me niet onaardig; de stad van Eyerkamp, Ponderosa en Greenfield Studd, ik vraag me af of mijn ooievaar op de Woonboulevard welkom zal zijn.

Een dag later bel ik het nummer van die Manuela." Met Honden kap- en trimsalon Manuela", hoor ik iemand zeggen. Ik ben wel even van mijn stuk. Wat doet die duif  bij een hondenkapper." Ik vraag of ze daar een duif hebben en vertel dat ik die terug wil hebben.. 
" Jullie hebben mijn duif toch niet geknipt," grap ik. 
Er klinkt gegiechel en ik krijg uitleg hoe ik het adres kan vinden.

Op een maandag rijd ik naar Zutphen; het stadje is uitgestorven.' Zutphense wind', daar moet ik aan denken. Vroeger heb ik op de kweekschool voor onderwijzers in Deventer gezeten, er zit in mijn klas een jongen uit Zutphen en wij schelden hem uit voor Zutphense wind en hij roept op zijn beurt:"Deventer koek". Daarmee is de stand gelijk.

Bij een van de weinige winkels die open zijn, koop ik iets voor bij de koffie. Vervolgens ga ik naar een straat met statige herenhuizen ergens aan de buitenkant van de stad. Ik vind het adres gemakkelijk. Als ik om het huis heenloop, blaffen overal achter en in het huis honden. Er komt een blonde vrouw naar buiten van achter in de veertig. Dat is Manuela.
 " U komt voor de duif", zegt ze, komt u maar verder. 

Via een trapje en de serre komen we in de woonkamer. Over de hele lengte van de achter- en voorkamer bevinden zich aan beide zijden hokjes met honden, die blaffen, keffen en grommen en op het dressoir in een grote papagaaiekooi zit mijn ooievaar op een stokje.
"Dat zijn Rushdale terriërs", zegt ze, als ze m'n bezorgde blik ziet," die fok ik, ze doen niks."Daar zit uw duif, hoe komt ze nou in Zutphen terecht, Amersfoort is toch veel leuker!" 
" Het beest is een beetje dom en is verdwaald zeg ik, ik ga hem weer opknappen en dan ga ik er weer mee vliegen." 
"En als het niet lukt," moet ze weten. " Ja," zeg ik," dan mag ze niet blijven." 
"U kunt haar nog altijd opeten," reageert Manuela,'duif smaakt lekker!" Ferme taal; ik geef haar de doos voor bij de koffie en even later rijd ik het maandagmorgen stadje weer uit.
Zuphense wind; ik weet nog altijd niet precies wat daarmee bedoeld wordt. Ik heb wel een vaag  negatief idee van lucht, opgeblazenheid en windeieren, maar op Manuela slaat dat allemaal beslist niet.

Cor Uitham 20 juli 1995.

 In een iets andere vorm komt dit verhaal ook voor in mijn roman 'Buitenpark Binnenpark'  (uitgegeven bij www. kirjaboek.nl )waar het af en toe ook  een beetje over duiven  gaat, maar waarin het toch vooral draait om jeugd, liefde en andere zaken.

donderdag 8 augustus 2013

In de nacht




Als je ’s nachts niet slapen kunt, spookt er van alles door je hoofd. De vergadering met  de jonge duiven verkoop van de fondclub was levendig en lawaaierig. En nu  wil ik graag slapen, maar ‘t gaat niet. Uur na uur springen de cijfers van de  wekkerradio verder. Ik denk aan het tv programma ‘boer zoekt vrouw’ van zondagavond. Zou dat iets voor duivenmelkers zijn? Die zijn soms ook in hun relaties op drift! Dat gebeurt toch! 
Duivenmelker zoekt vrouw. Het boerenleven heeft voor het vrouwvolk wel een idyllisch tintje. Hoewel, zo’n meisje van de grote stad heeft geen flauw idee van die gigantische stallen vol varkens en kippen. Duiven komen symbolisch ook niet slecht uit de bus. Ze staan voor eeuwige trouw,  romantiek en vrede.

Goed, ik ken in onze afdeling wat melkers die door omstandigheden weer vrijgezel zijn. Je bent dus  duivenmelker en je hebt een date. Gezellig zit je met je nieuwe contact in een restaurantje; wijntje, voorafje, hoofdgerecht, pianist: hartstikke gezellig. Je vertelt over je  leven en je werk. Ze luistert en lacht. Bij het nagerecht moet tenslotte het hoge woord eruit:
’ Behalve halve  marathons lopen, heb ik nog een andere  hobby. Ik ben duivenmelker’ 
Nou, dan heb je heel wat uit te leggen! Een agrariër heeft ‘t makkelijk; lammetjes, schapen, koeien, weilandjes en wat  scharrelkippen. Paarden, koeien, stieren, daar kun je indruk mee maken. Dat is gesneden koek voor je contactadvertentie. Maar postduiven! Daar heeft ze nooit van gehoord. Met de moed der wanhoop  vertel je van die fijne hobby: duivensport, en van ‘t nagerecht proef je niks.

Woelend in bed bedenk ik  vervolgens dat er in Nederland teveel duiven verkocht en geveild worden en dat het met al die duivenmedicijnen een rommeltje is. Daar moet een stokje voor. Er is sprake van een overkill. Half duivenminnend Nederland gooit de andere helft dood met buitengewoon kweekmateriaal en goud voor de Grote Fond.  
Je leest wel eens dat de huizenverkoop daalt. Het wordt tijd  dat die duivenmarkt een poosje instort.  Ik neem een slok water uit het glas naast mijn bed en fantaseer verder.

Wat die stimulerende en preventieve duivenmiddeltjes betreft: als we nou met bijsluiters gingen werken, net als de apotheker, compleet met lijstjes van bijwerkingen. 
Dan lees je:’duiven die met ‘t middel behandeld worden kunnen soms neerslachtig en geïrriteerd raken, ook is af en toe een tintelend gevoel in poten en vleugels vastgesteld en bij overdosering kan de vliegvaardigheid beïnvloed worden.’
Zo zwieren mijn  gedachten tijdens nachtelijk gepieker willekeurig rond. 
De wekker constateert steeds andere tijden en de slapeloze nacht bereikt de morgen uren waarin ik een paar hazenslaapjes heb met korte chaotische dromen van een vergeten duiventilletje ergens achter in mijn tuin haflf aan het oog onttrokken door vlierbesstruiken en een beukenhaag met broodmagere duiven die ik wekenlang niet verzorgd heb.
C.U.

donderdag 25 juli 2013

Mannen aan het koud buffet

zal ik nog een balletje pakken
Lekker een happie huzaar
a Kibbeling lekker en andere feestimpressies en andere beelden van clubgenoten en duivenvrienden op willekeurige feestavonden.
en waarover spraken zij
kibbeling lekker
Lekker Jan pakken man wat je kan, want anders is een ander je voor









 en dan ja dan is er cola,, dat moet want ik ben de Bob











 en nou moet jij eens goed naar mij luisteren mannetje

woensdag 24 juli 2013

De Drenkeling




En toen zat de drenkeling weer veilig in zijn mooie hok

Afgelopen zomer hadden we een zware midfondvlucht.
Er waren toen wel meer zware vluchten, de zomer was lang en heet en onze vogels kregen het zwaar te verduren.
In vergelijking met de voorgaande vluchten was deze bedoelde midfondvlucht  wel een  behoorlijk pittig.

Iets meer dan een uur stond het concours open voor de prijzen verdiend waren.
Het kon bijna ook niet anders een stevige Oostenwind en een temperatuur van boven de dertig graden vergden het uiterste van onze duiven.
De volgende dag misten er nog twee bij mij op het hok.
Een blauwe duivin en een kras doffer.
Als je een doffer en een duivin kwijt bent, kan je de twee overgebleven partners bij elkaar brengen.
Zodoende blijft de schade beperkt voor je spelsysteem.
Maar toch zijn het vervelende situaties waar je liever niet mee geconfronteerd wordt.

's Middags werd ik gebeld door Bé onze kantinebeheerder die tevens ringadministrateur is.
’Ze hebben een duif van je uit het water gevist Paul’ zei hij met de nodige emotie in zijn stem.
’Dat is niet zo mooi’ antwoordde ik in de veronderstelling dat de duif het niet overleefd had.
’Je moet de visser maar even bellen, want volgens mij is de duif er niet zo best aan toe’ vervolgde hij.
Ik noteerde het telefoonnummer van de hengelaar maar had niet zoveel vertrouwen dat het allemaal nog goed zou aflopen.

Een vriendelijke vrouwenstem begroette mij aan de ander kant van de lijn.
’Aha,  u bent de man van de duif, mijn man is net bij de boten maar als u even wacht dan haal ik hem’ zei zij.
Voor ik kon vragen hoe het met de duif was gesteld was ze al weg.
Een tweetal minuten verstreek voor ik de redder van mijn duif aan de telefoon kreeg.
De duif bleek in Giethoorn, ook wel het Venetië  van Nederland genoemd, door de eigenaar van een botenverhuurbedrijf uit het water te zijn gevist.
´Ik dacht wat voor eend spartelt daar nu´ zei de man ´Ik was net bezig een bootje aan te meren toen ik het beestje zag, snel een schepnet gehaald en hem uit het water gevist´ vervolgde hij.
´Hoe is hij er aan toe´ vroeg ik wat onzeker.
´Geen idee hij zit stilletjes in het doosje waar ik hem heb ingezet, ik heb geen verstand van duiven meneer´zei de botenverhuurder wat verontschuldigend.

De man was via de oud voetballer Kees Kist in het naburige Steenwijk aan het telefoonnummer van onze ringadministrateur gekomen.
Hij stelde voor om hem daar heen te brengen, nadat ik verteld had dat ik door een beenbreuk niet in staat was om de duif op te komen halen.
Ik vond het een goed plan daar een duivenhouder beter kan beoordelen of het nog zinvol was om een koeriersdienst in te schakelen.
Binnen een half uur belde hij al terug.
´Dom van mij´ zei hij ´Ik had al wel eens duiven zien vliegen maar hier in de buurt zit ook een postduivenman´.
Ik hoorde de opluchting in zijn stem.
Hij gaf mij het telefoonnummer van de duivenhouder uit de buurt, en ik beloofde hem terug te bellen als de duif weer thuis was.

Even later had ik de duivenmelker uit de buurt aan de lijn.
De duif bleek er prima uit te zien, maar door het vele water in zijn verenpak kon hij geen meter meer vliegen.
´Ik verzorg hem een paar dagen en laat hem dan wel los´ zei de gastheer van mijn duif.
Ik beloofde ook hem terug te bellen als de drenkeling veilig huiswaarts was gekeerd.
We vragen ons wel eens af waar onze duiven blijven en klagen dan dat je er niets van hoort.
Maar dit bewijst dat als je niet zoveel geluk hebt als deze duif ze heel gemakkelijk als visvoer kunnen verdwijnen.
Maar ik kon een paar dagen later twee telefoontjes naar Giethoorn plegen.
De drenkeling zat weer veilig in zijn broedhok 

UIT HET DUIVENLEVEN GEGREPEN   
                                                       P.J. Gelderman