zaterdag 8 september 2012

Beter dan tien in de lucht

Beter 1 vogel in de hand dan tien in de lucht. Maar wat is het soms moeilijk om een duif  zo vast te houden dat ze  ook nog een beetje behoorlijk uit de verf komt. Want de meeste duivenmannen hebben grote handen met dikke vingers en duimen en die wil je eigenlijk zo min mogelijk in beeld hebben.
In de voorbije jaren heb ik erg veel duiven met hun trotse eigenaars kunnen fotograferen. Af en toe lukt het aardig maar het blijft tobben. De duif wringt, spartelt en trapt met haar poten en de  duivenmelker is niet altijd even fotogeniek en soms ook nerveus. 
Met een speelkameraadje op je schouder
Toch lukt het  zo nu en dan wel eens om aardige plaatjes te schieten. Bijvoorbeeld met een duif op je schouder.En soms  zie  je aan de duivenman hoe trots hij wel is. Dat straalt er dan af! Op hun paasbeest poseren ze voor de fotograaf. Fris in de kleren en even een kam 'door het haar.
mooi beestje toch!
© fotos: c.u.
Een kampioen met een kampioen

woensdag 5 september 2012

Misère




Mijn duiven hebben pokken
 en nu zit ik met de brokken.

Dit is een puntdicht. Voor  ingewijden heeft zo’n woordspelletje meer betekenis dan voor een buitenstaander. Een duivenliefhebber zit  niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk met de brokken. Hij weet immers wat het ongeveer betekent als zijn vogels pokken hebben. Er verschijnen dan witte wratten op de oogleden en op de neusdoppen en de snavel.
Soms heeft de duif ook geelwitte verdikkingen in de bek ofwel mondholte. In dat geval spreken we van pokken- difterie. De duiven zijn eigenlijk niet ziek. Ze vliegen en dartelen gewoon  naar hartenlust door het luchtruim  en met hun eetlust is ook niks mis.
Maar soms is het verwerken van voedsel met een bek vol zwam- achtige aangroeisels nogal lastig. De pokkenziekte geneest vanzelf, maar is wel besmettelijk en het is vanzelfsprekend geen fraaie gezicht: al die bulten! Duiven die pokken gehad hebben, krijgen dat niet weer. 
Er kan tegen ingeënt worden.


 De pokkenziekte  wordt zegt men overgebracht door muggen/vliegen. Duiven die in de reismand vechten en stoeien, krijgen kleine verwondingen. De besmette  vlieg heeft daar belangstelling voor en snuffelt dan wat aan zo’n kleine beschadiging!
 Het zijn vooral duiven die ruzie zoeken en met elkaar bakkeleien en de macho uithangen die het eerst pokken krijgen; de mannetjesduiven. Vrouwtjes zijn over het algemeen rustig van aard en niet zo vechtlustig; ze krijgen dus minder snel een pok op hun neus

Al met al is die pokkenkwaal die soms wel weken duurt niet zo leuk……………..
Zeg dus tegen een duivenmelker nooit: ’Krijg de pokken’ of scheldt hem niet uit voor pokkenlijer want dat vindt hij niet grappig of leuk………
©c.u.

Een epigram (puntdicht, sneldicht) is een kort en bondig gedicht het is een woordspeling of .pointe
Het woord epigram is van Griekse oorsprong (ἐπίγραμμα) en betekent letterlijk 'opschrift'. Het werd oorspronkelijk gebruikt in inscripties op monumenten, wijgeschenken, grafstenen, altaren, enz. Omdat het maken van een inscriptie veel werk is en er vaak weinig ruimte was voor tekst was een bondige formulering vereist. Vanaf de achtste eeuw v.Chr. werden epigrammen vaak in dichtvorm geschreven.

dinsdag 4 september 2012

Vleugellam in Klein - Zwolle



Het was op een zondag erg laat in de avond. De telefoon ging en een  gebarsten mannenstem   zei:’ meneer,  mijn buurvrouw heeft een duif gebracht. Ze heeft hem gepakt; hij  zat bij haar op de stoep.’
‘Weet  u wel hoe laat het is,’ vroeg ik, ‘ om elf uur zitten er toch geen duiven  bij de voordeur! Heeft het dier soms aangebeld? Waar woont u! Hebt u zelf duiven?’ Dat laatste vraag ik altijd.
Ja, hij had duiven en  de duif was ‘s middags al afgeleverd in een doosje met brood en water. Hij noemde het ringnummer.

Het was de 134, een vale jonge duif die door de voorjaarsstorm van een paar dagen daarvoor op drift was geraakt en  nu in Zwolle zat.
Bezorgd informeerde ik naar de gezondheidstoestand  van mijn verdwaalde goudklompje.
Er werd gezegd dat mijn duif in redelijke conditie verkeerde en alleen een beetje moe en hongerig was.
Ik had zo mijn twijfel: als buurvrouwen zomaar duiven bij huis oppakken , is er vaak meer aan de hand.
‘Kan het beest nog vliegen’, wilde ik weten.
‘Hij kan het wel, maar hij doet het niet; ik heb de vleugels open gespreid, maar die veerden gewoon terug.’

Het klonk allemaal nogal vaag en verward. Misschien had mijn opvanger  een  klein glaasje gedronken en was hij vervolgens in de telefoon geklommen. Nu zat hij op zijn woorden te kouwen en struikelde over de letters; vooral met  de Wejen en  de Ellen had hij grote moeite
‘Meneer,’ zei ik,’ ik haal  de duif  op of  ze wordt opgehaald, ik heb een broer van mijn zuster in Emmen wonen en die gaat komende dinsdag naar Amersfoort want zijn neef, mijn zoon is jarig, en dan kan die de vogel mooi meenemen.’
‘Memeneer’, antwoordde de Zwollenaar aan de andere kant,’ ik woon niet in   Zewolle, zoals u denkt , mijn huis staat in een ander Zuwwolle. Er bestaan twee Zwolles: het  gewone grote Zwolle en  het kleine Zwolle, een dorpje dat  ergens in de richting van Ommen ligt.’ Bij de O van Ommen verhief hij zijn stem alsof hij boos was.

Vervolgens kreeg ik uitvoerig uitleg hoe mijn neef moest rijden om in dat ongelooflijke dorpje Zwolle te komen. Hij zou mijn duif in een doosje  bij de voordeur zetten, want hij was naar zijn werk en ook de zorgzame buurvrouw was niet thuis.
Het was  half twaalf toen ik de telefoon neerlegde. Wie gaf er nou om elf uur ‘s avonds een duif op. Onze Lieve Heer had rare duivenmelkers.

Dinsdags haalde  neef Joachim  geheel volgens plan mijn gestrande duif op. Bij het opgegeven adres vond hij een kartonnen doos  met inhoud in de voortuin.
Toen ik de  vale 134  aan een inspectie onderwierp, zag ik meteen dat de linkervleugel gebroken was.
Ik vroeg Joachim nog of hij de duif  wellicht uit nieuwsgierigheid uit het karton gehaald  had, maar die schudde het hoofd en zei :’ Ik weet niet hoe ik zo’n ding moet vasthouden.’
In de doos lagen een schoteltje en een doorweekt stuk brood. Buurvrouws doos dus.
 Waarschijnlijk had mijn beller niet eens naar de inhoud gekeken., want anders had die Overijsselse liefhebber uit dat kleine onbekende Zwolle de vleugelbreuk beslist wel gezien.
Natuurlijk moest ik die gekneusde vleugel proberen  te genezen. 
De duif kwam in een poosje in theedoek te hangen, met haar snavel zweefde ze op die manier boven haar voer- en drinkbakje en  zo kregen de stukjes bot de kans weer aan elkaar te groeien en dat gelukte wonderwel.
©c.u. 
( de foto kreeg ik van oud-clubgenoot Jan Lohmeijer. Hij was altijd een vindingrijke duivendokter. De duif op de foto is dus niet die onfortuinlijke 134)


maandag 3 september 2012

Sperwerbezoek

Aan bloemen heb ik natuurlijk niks
Hoe kom ik nou  op een handige manier bij die lekkere duivenhapjes©c.u.


Zondag 2 september

Een sperwerman op bezoek en dus is er paniek in de duiventent. Hoewel zo'n sperwerkereltje maar amper zo groot is als een middelmaat postduif krijgen mijn duiven er toch schrik van in hun poten en vleugels. Meneer sperwer maakt jacht op de mussen die bij bosjes van het duivenvoer komen snoepen maar dat weten de duiven niet.
Die roofvogel is hondsbrutaal, laat zich rustig fotograferen en trekt zich geen bal aan van de oude kat die een meter verderop in het zonnetje ligt te pitten.

donderdag 30 augustus 2012

Wind



Dit was hem dan die 20-jarige


Dat wind een belangrijke factor speelt in onze sport is algemeen bekend.
Voor Piet van onze vereniging is het soms wel eens frustrerend, hij woont in het westelijke gedeelte van de stad en vliegt hierdoor één van de kortste afstanden van het rayon.
Als de wind uit het westen waait, is het voor hen bijna onmogelijk om bij de eerste 10 van het rayon te komen.
Daar hij op de grens van een ander rayon woont, heeft hij wel eens overwogen om te veranderen van vereniging.
Zijn achterbuurman heeft deze stap wel gemaakt, maar Piet vindt  het nu wel best.
Ondanks  het feit dat hij in het andere rayon regelmatig qua meter snelheid bij de eerste 10 zou kunnen zitten blijft hij trouw bij zijn oude club.
Ik denk dat velen die overstap wel zouden hebben gemaakt.
Er zijn grote namen in onze afdeling die verhuisd zijn naar de meest gunstige ligging.
Natuurlijk moet je ook goede duiven hebben anders kun je het ook wel schudden, en deze mannen hebben goede duiven maar toch blijft de wind die veelal uit het westen waait een niet onder geschikte rol spelen.

Dat wind ook in andere factoren een rol kans spelen heb  ik laatst zelf ondervonden.
Op mijn hok bevindt zich een oude doffer die nog uit de tijd stamt dat ik met mijn helaas te vroeg overleden compagnon een combinatie vormde.
De 20 -jarige witpen doffer die door mijn kweekhokje scharrelt behoort langzamerhand tot het interieur.
Er zitten voor mij te veel herinneringen aan om deze duif uit mijn duivenbestand te verwijderen.
Hij is nog altijd heer en meester in een broedhokje dat ik speciaal voor hem op de vloer heb ingericht.
De sprong van 30 cm om in de normale broedvakken die zich op de onderste rij bevinden is met het klimmen der jaren teveel voor hem geworden.

Toen de eerste jonge duivenvlucht was aangebroken kreeg ik het idee om hem nog als lokduif te gebruiken.
Zo kon hij mij toch nog een dienst bewijzen voor de vele zakken maïs die ik hem de laatste jaren had verstrekt.
Hij scharrelde wat over mijn rennen toen een onverwachte windvlaag hem uit balans bracht.
Het beestje schrok hier waarschijnlijk zo van dat het zijn vleugels spreidde om vervolgens als een luchtballonnetje weggeblazen te worden.
Zwaar zwiepend van de vleugelslagen vloog hij een rondje boven de duiventuin in Groningen, om daarna tegen de ramen van het nabijgelegen denksportcentrum aan geblazen te worden.
Hij belandde uiteindelijk op een lager gelegen dak van het zelfde denksportcentrum waar hij aan mijn gezichtsveld werd onttrokken.
Ik had hem met stijgende bewondering na gekeken maar wist tevens dat ik met een probleem zat.

Vroeger in mijn jeugd kon ik via de regenpijp nog wel op dit dak komen, maar nu ik zelf die jeugdige lenigheid niet meer bezat zou dit wel eens op een zelfmoordpoging kunnen uitlopen.
Mij restte niets anders dan geduldig afwachten.
Joop die ook op de duiventuin stond en met een schoonmaakbedrijf zijn boterham verdiende, had het hele tafereel gadegeslagen.
Hij bood mij spontaan een lange ladder aan die hij aan het eind van de middag langs  wel  wilde komen brengen.
Zo kon ik als het donker ging worden gemakkelijker op het dak komen om de duif te pakken.
Ik vreesde het ergste want ik wist niet hoe de oude doffer na zijn botsing met het raam eraan toe was.
Toen ik 's avonds na de klok afslag van de vereniging thuiskwam, zat mijn oude verenvriend mij op de ren te verwelkomen.
Ik plaatste hem in zijn broedhokje terug, en ik dacht zo bij mijzelf; die ouwe fladder  zal zijn hokgenoten en zijn duivin wel heel wat te vertellen hebben over zijn winderig avontuur.

 Uit: 'Uit het duiven leven gegrepen '
 foto:C.U.
                                                                                                                                 P. J. Gelderman

dinsdag 28 augustus 2012

koffiedik




Met de duiven drinkt hij graag een bakkie koffie.
Zijn  vogels krijgen dan alleen een halve eierdop
maar vliegen daardoor elk weekend aan de kop.
De concurrentie is stik jaloers en zegt wat boft ie!  

Hij wil z’n koffie met een wolkje melk en een zoetje
zijn duiven geeft hij het spul zwart en  lekker sterk
van België naar Groningen vliegen is ‘t zware werk;
toch is het peanuts met wat van dat coffeïne goedje.

Soms neemt hij voor de smaak wel een kopje thee
daar zitten zijn duiven ogenschijnlijk niet zo mee.
Maar komen zaterdags niet als een speer naar huis.

De tegenpartij is niet ontevreden, hij kijkt koffiedik
en denkt misschien ben ik wel niet zo’n slimmerik:
die proef met de kop zoethoutthee was toch abuis.

©c.u.