donderdag 28 mei 2015

Tien jaar dakloos



Deze duif verdwaalde niet Van Barcelona kwam ie zonder mankeren naar huis



Een verdwaalde duif is nog geen dooie duif. Dat ‘duivenspreekwoord’ schoot me te binnen, toen  onze vluchtenpenningmeester eens even tijd had voor een verhaal. Meestal was hij een bezig baasje dat duizend dingen tegelijk wil regelen, maar nu had hij onder het genot van een borreltje zijn verhaal.
 Een oud vrouwtje; een soort Roodkapjes – Oma was bij hem, Gerrit, komen klagen over lastige duiven. In de buurt waren in korte tijd hoge gebouwen van een auto - importeur gesloopt.
Nu sliepen er op haar balkon duiven en ze maakten lawaai.
Gerrit beloofde hulp. Met een geïmproviseerde vangkooi  kon het probleem opgelost worden.
’Snurken ze’, had hij nog plagend gevraagd.  Oma echter had serieus het hoofd geschud en gezegd dat  die rotbeesten wel een brommend geluid over zich hadden.
In de weken die volgden werd de duivenval af en toe gecontroleerd en dat leverde  interessante vangsten op.
Duiven  van ver weg maar ook van  heel dichtbij vielen zo in handen van de hulpvaardige Gerrit. Ze kwamen van Alkmaar, Veenendaal en Almelo en andere plaatsen, maar ook uit onze eigen stad, Amersfoort.

Tussen die gearresteerde ‘dakloze’ zwerfduiven bevond zich een schitterende tienjarige doffer; een plaatje om te zien Hij was van  een lid van de Amersfoortse vereniging De Koerier;  ene Peter H. Die was hem  als jonge duif van het hok verspeeld.
Nu bijna elf jaar later,  bleek dat dier al die tijd  ongeveer 200 meter van de thuisbasis op dat hoge afgebroken autogebouw gewoond te hebben. Wel een bewijs dat verdwaalde en achtergebleven duiven zich jarenlang in de vrije natuur van  stad en land wisten te handhaven.
Van clubgenoot  Bertus zat er een 2-jarige duif  bij. Die was op een dag weggebleven en  woonde dus  gezond en wel een paar straten verder. De Veenendaalse duivin, ook al een paar jaar van huis, werd door de gelukkige eigenaar opgehaald. Ze stamde nog van belangrijke kweekkoppels en nu kreeg de basis van succes nog weer versterking.
Natuurlijk wilden sommige liefhebbers hun verloren duif niet terug, maar ze vernamen  wel wat er van hun  gevederde vrienden was geworden. En dankzij  Gerrit  en zijn  vangnetje kon dat grootmoedertje weer rustig slapen.
©c.u.

dinsdag 17 maart 2015

Een fluitje van een cent






Sinds mijn vrienden en kennissen weten dat ik postduiven heb, brengen ze knipsels over duiven mee, hebben ze gekke verhalen en vragen en geven ze me dingen die met de duif te maken hebben.
Zo ben  ik inmiddels in het gelukkige bezit van een tortel van gips en een plastic houtduif, een oude langspeelplaat, met bijvoorbeeld; ‘ daar komt miene Witpen an’ en voor de kerst glazen vredesduifjes die aan dunne draadjes in de top van de kerstboom kunnen rondfladderen. Ik kreeg boeken met duiventitels zoals: ‘Een kat  tussen de duiven’ van Agatha Christie en ‘ De Zaterdagvliegers’ van Maarten het Hart.
En iemand die ik voor een etentje uitnodigde had voor mij op de Zwarte markt in Beverwijk een zilveren hoedenspeld met drie duifjes gekocht. Ik vond het een aardig gebaar, maar ik draag geen hoed en de duiven worden zwart als je ze niet regelmatig poetst.
 Nu had ik de speld natuurlijk aan clubgenoot Toon met zijn onafscheidelijke dophoedje kunnen schenken. Die slaapt er waarschijnlijk mee, want toen laatst op het CCG-kampioensfeest iemand zijn hoed gestolen had, was hij helemaal van slag.
Omdat de speld lang en scherpgepunt is heb ik dat gevaarlijke wapen zelf maar gehouden, want Toon is al ver in de tachtig. Je weet maar nooit; een ongeluk zit in een klein hoekje!
Hein, een leraar handvaardigheid van mijn school kwam na zijn vakantie in Indonesië aanzetten met een fluitje voor duiven. Niet voor mij bedoeld om op te blazen en de thuiskomende duiven binnen te loodsen, nee, de duiven konden er zelf mee fluiten. Het was een beschilderd  stukje  rotan, iets wat op kurk leek, en vreemd gevormde veiligheidsspeld.
“Kijk”, zei mijn collega,” met dit speldje maken de jongens in Indonesië zo’n fluit vast boven op de staart van een duif en als hun doffers en duivinnen rondvliegen hoor je een fluitend geluid.”
“Dat zal een hoop herrie geven, als al die duiven fluiten,” reageerde ik, “ en hoe weet je nou dat die fluitende duif van jou is en niet van de buurman?”
Hij keek mij verbaasd aan:” Waar is dat nou goed voor; het is toch gewoon voor de gein.”
“Ik zie ze bij ons op de club al grote ogen opzetten als ik mijn duiven met zo’n fluitje op hun staart inkorf,” zei ik.
“ Ze vliegen dan fluitend over Frankrijk en Belgje naar Amersfoort.”
Hein schudde z’n hoofd. “Die jongens op Java hebben gewoon duiven voor de lol, dat zijn geen  duivenmelkers zo als jullie.”
“Bovendien   is een postduif met zo’n stuk kurk op z’n rug minder snel; dat kost snelheid,” mopperde ik.
Hein lachte. “ Jaja, als ik jou was zou ik die beesten een flitspak aantrekken en er strips opplakken net als bij onze schaatsers op de sprint.”
“Kurk hoort op een fles”, reageerde ik
Mijn collega  zei: “Het kost ze niks, die liefhebbers in Indië, bedoel ik, en het heeft verder geen betekenis.  Het is trouwens bamboe en geen kurk. Het is gewoon een fluitje van een cent. Ben je er niet blij mee?”
Cor Uitham

zondag 15 maart 2015

Besluiteloos




Besluiteloos
Het is dinsdagmorgen. De zon schijnt. Wouter kijkt uit het raam. Vanavond mag hij naar de duivenclub. Aurillac staat op het programma. Maar zal hij inkorven?  
Gisteren dreven er schapenwolkjes. Daar heeft hij het niet zo op, lijkt onschuldig, maar toch! En vandaag is er zo’n wasbordlucht met van die ribbeltjes. Dat lijkt wel mooi, maar daar heb je een paar dagen later wanneer de duiven moeten concoursen, niks aan

Als voormalig tuinder wist vroeger op de veiling zonder mankeren te beslissen en een goeie prijs te maken. Duiven zetten voor een marathonvlucht is toch andere muziek. Hij heeft duiven genoeg, ja in overvloed. daar gaat het niet om.
Wat gaat het weer doen?.

Op zijn laptop bezoekt hij Weer Online.
Aurillac geeft voor vrijdag, de morgenuren lichte regen. In de middag piept er een zonnestraal langs de wolken. Dan zouden ze los kunnen met de eerste honderd kilometer wisselend bewolkt en zwakke noordwesten wind.
Vlak onder en boven Parijs komen er royale opklaringen en draait de  wind stevig naar west tot zuidwest. In Oostelijk België en Luxemburg zal het zwaarbewolkt zijn en de Vlamingen verwachten hier en daar zelfs fikse regenbuien met een klap donder.

‘Ja,’ denkt Wouter, ‘met  die westenwind drijven onze duiven oostelijk af en zitten ze daar in de Ardennen zwaar in de shit. Hij korft niet in. Hij is niet van Lotje getikt. Wel gaat hij ’s avonds naar de vereniging voor een koffiebabbel. Zijn club- fond- vliegers brengen hun vogels wel.
 ‘Waar zijn jouw duiven, ’vragen ze.
‘Ik vertrouw het weer niet,’ zegt Wouter. ‘heb je gezien wat dat van plan is?
Er wordt gelachen. ‘Jazeker, wis en warempel wel’, zegt Peter., ‘maar de week is nog lang en het is pas Dinsdag.’
‘Het weer is net zo wispelturig als een vrouw,’ lacht Kees.,
‘Ik geef ze een paraplu mee en behandel hun vleugels met anti-rain, weet je wel, van dat spul waarmee je schoenen waterdicht maakt,’ roept Janus. de clown van de club. ‘Op vrijdag gaan onze duiven om een uur of een de lucht, zullen we wedden,’ voegt hij eraan toe
Wouter haalt de schouders op, vraagt zijn tafelgenoten wat ze willen drinken: chocomel, bitter lemon, rivella of bier? 

Janus krijgt gelijk. Op zaterdag  rond het middaguur vallen de duiven als zand, De lucht is blauw. Behalve wat vliegtuigstrepen is er geen vuiltje aan de lucht. Veertien dagen, drie weken later is de volgende vlucht.
De vooruitzichten zijn ideaal. Iedereen stuurt zijn krachtpatsers naar Cahors. En U raadt het al. Het is warm weer met een variabele wind.
Dat lijkt goed, maar om een of andere raadselachtige reden, kent het concours een moeizaam en traag verloop. Veel duiven hebben ergens onderweg voor bed en breakfast gekozen en melden zich pas in de dagen die komen. 
© c.u.

zaterdag 14 februari 2015

Wilde plannen






Vannacht zet ik
de bloemetjes buiten

het moest er wel van komen
ik heb me lange tijd
niet mogen uiten

je kunt niet altijd
blijven dromen
natuurlijk wordt het
nog geen wilde boel

met seks en drank
en drugs of zo
als je begrijpt
wat ik bedoel

nee ik ga mij
voorzichtig
wat te buiten

ik kijk wel uit
daar kunnen vroege
vogeltjes naar fluiten.

eerst zal ik de kat uit
de boom gaan loeren
waar duiven zachtjes
liefdevol zitten te koeren

©c.u.


zondag 8 februari 2015

te goeder trouw

Witte Peter


te goeder trouw

Jaren geleden toen mijn zoon met twee postduiven thuiskwam en ik op die manier met de duivenbacil besmet raakte, kreeg ik op een dag ruzie met een liefhebber uit Bunschoten of Spakenburg. Gelukkig zaten we aan de telefoon en konden we elkaar niet aanvliegen, maar plezierig was het gesprek niet.
Mijn Jeroen had een jonge duif opgevangen. In het ringenboekje zochten we de eigenaar. De ringenadminastrateur vertelde dat hij de duif al een zomer kwijt was en dat wij hem mochten hebben; hij zou het eigendomsbewijs sturen. De man van het ringenboekje heette De Graaf of Koelewijn. We zochten die naam nog eens in het telefoonboek op. Nou Koelewijnen, Hopmannen en Graven had je er evenveel als wolken aan de hemel.
Dolgelukkig deed zoonlief het diertje een naambandje om en keek de eerste dagen tevreden naar zijn nieuwe aanwinst. Nu had hij al drie duiven; de zaken gingen goed!
De week daarop was Spakie; zo had Jeroen de kraswitpen gedoopt, met de noorderzon vertrokken.
En nu was er die boze meneer aan de lijn. Hij had een jonge duif in zijn kooi met ons adres en of wij helemaal gek geworden waren.
Zenuwachtig gaf Jeroen mij de telefoon. En ik legde voorzichtig uit dat ene meneer Koelewijn die baas over de ringen was, gezegd had dat wij die duif mochten houden. Na wat dreigementen, bedaarde de sportvriend: Ja, hij kende die Koelewijn wel, en zou hem eens onder de neus wrijven dat hij beter uit z'n ogen moest kijken.
Aan dit voorval moest ik denken toen ik deze zomer bij Peter op hokbezoek was. Peter is een bijzondere melker. Hij heeft heel veel witte en zwarte duiven. Die houdt hij voor de tentoonstelling.
Ze gaan wel mee op de vluchten, want anders kunnen ze niet in de bevlogen klassen te kijk staan. Soms stuurt hij ze allemaal in één sprong naar een verre fondvlucht, want ze moeten ook in zwaarste tentoonstellingsklasse meedoen. Tot verwondering van zijn clubgenoten komen de duiven die op zo'n gekke en onverantwoorde manier  meegaan naar het verre Frankrijk wel allemaal thuis.
Tussen al die witte duiven trok een donkerrode doffer de aandacht." Hoe kom je daar aan," wilde ik weten.
"Die komt uit Zaandam, ik mag hem houden en krijg het eigendomsbewijs nog" ,knikte Peter tevreden.
Ik nam de duif in de hand, keek naar de ring. Er zat een heel smal telefoonstripje op: mijn telefoonnummer!
" Van wie heb je die duif, Peter, vroeg ik kalmpjes?
" Nou van een man uit Zandvoort, ik heb het nummer gezegd en mijn vrouw heeft het voor mij in het ringenboek opgezocht waar hij thuishoorde. Zonder bril kan ik niet zo goed lezen en ik ben ook een beetje doof en dat is vervelend met de telefoon en zo, en toen mocht ik hem hebben, want die Zaanse liefhebber was hem al maanden kwijt."
" Die steenrode doffer is van mij," zei ik, " het is een ringnummer van mij en mijn telefoonnummer staat er ook bij!"
"Nou, dan moet je hem terughebben, hakkelde Peter, dan hebben we niet goed gekeken." Hij was een tikkeltje wit om zijn neus; dat paste goed bij zijn sneeuwwitte postduiven. Ik zei dat ik dat niet wilde en dat hij hem kopen mocht. Hij trok zijn portemonnee en gaf mij opgelucht vijf gulden. Dat was de vaste prijs die hij altijd voor mijn duiven betaalde.
Peter en zijn  vrouw hadden zich vergist net als die Spakenburgse man in het begin van mijn duivencarrière. Mijn duivenloopbaan, want mijn zoon hield het na twee zomers voor gezien met de duivenliefhebberij. Het viel hem allemaal wat tegen; boze mannen aan de telefoon, de kat van de buren die een inval deed in de duivenren en er kwam ook nog een duif thuis van Orleans zonder vaste voetring. En dat met die afgeknipte ring was beslist niet te goeder trouw gebeurd.

©c.u.