zondag 9 oktober 2016

duiventillen


Dertig jaar geleden kreeg ik waarschijnlijk op mijn verjaardag- ik werd toen 52- een mooi gebonden boek over duifhuizen en duiventillen. (Taubenhauser und Taubenschlage van Alois Kammermeier)Het was een fraaie uitgave uit 1978 met veel foto’s tekst en tekeningen.
Er staat materiaal in over duivenbehuizingen uit o.a Tsjechoslowakije, Duitsland, Engeland en andere landen.
Toevallig vond ik het boek vandaag bij het opruimen terug, ik had er geen idee van dat het nog in mijn bezit was. Bij zulke afbeeldingen sla je aan het fantaseren.
 
duiventil bij Wezep

Stel je eens voor dat post- en sierduivenliefhebbers van tegenwoordig eens massaal zouden besluiten om voortaan hun vogels zo te huisvesten, dat zou in de toekomst historisch gezien perspectief bieden. 
Wellicht kwamen/komen hun tegenwoordige duivenpaleizen en – hokken dan ook op een lijst van beschermd cultuurerfgoed. Bekijk de plaatjes die ik gefotood heb maar eens....dat is toch romantiek........
In ons land staan ook op veelplekken nog oude duiventillen. Bijvoorbeeld in de buurt van Wezep. Daar heb ik op dit blog al eens een gedicht over geschreven.


Iemand vroeg me:'Ga nu dit boek verkopen. Je kunt er veel geld voor krijgen.' Dat doe ik natuurlijk niet. Op het internet zag ik dat er ergens bijna 300 dollar voor werd gevraagd. Wie wat bewaart, heeft  iets en kan zo af en toe genieten, schreef iemand me ooit en zo is het maar net.
 Dat geldt voor een topduif ook waar je een flinke prijs voor kunt vangen. Duif weg en na een poosje zijn de centen ook gevlogen en heb je alleen de herinnering; een beker op de kast en een diploma aan de wand en  nog wat jaartjes verder is vriend en vijand vergeten dat je ooit bovenaan de erelijst op teletekst stond.
Oh zeker ik ken de argumenten. Stel je voor de duif wordt gestolen, een roofvogel ziet er ook brood in of het glorierijke doffertje- duivin mag ook-  knalt tegen het raam van de buurvrouw. Had je maar! En wat je niet hebt kun je niet kwijtraken.  


Soms vergeet je wat je hebt en vind je dat op een dag terug. Dat gaat voor mij met dit boek trouwens ook op.  
Voor de rest: ik ben geen sterspeler, in mijn hokken zitten geen vogels op een peperdure transfer te wachten. Maar wie weet, word ik op een morgen wakker, kijk ik in de spiegel en ben ik beroemd.
Om een indruk te krijgen van de vreemdsoortige duivenhuizen moet je maar eens goed kijken naar bijgaande afbeeldingen. Denk je eens in dat jouw  kampioenen op zulke  duifkastelen gehuisvest zijn
© c.u.
 ps
Mijn spellingscontrole vermeldt dat het woord duifkastelen fout is of niet bestaat. Die geeft als mogelijke alternatieven: fuifkastelen en duitkastelen. Daar heb ik nog nooit gehoord maar ik kan mer er wel iets bij voorstellen.

Taubenhauser, Taubenschlage (Rosenheimer Raritaten) (German Edition) (German) Hardcover – 1978

vrijdag 12 februari 2016

leegstand

http://binnenpark.blogspot.nl/2014/03/leegstand.html

De duiventil staat daar al jaren stil.
Geen veertje dat er gratis wonen wil.
Alleen,  van duif en god verlaten,
kijkt zo’n huisje somber uit z’n lege gaten.
Ja, overal  staan in het land verspreid
die onbewoonde tillen voor de aardigheid.
Je vindt er een in omgeving Amersfoort
maar geen vogel woont er ongestoord.
Na de afslag Wezep staat er  in ’t land,
verloren ergens aan de linkerkant,
al zo ver terug mijn herinnering gaat,
een duifmotelletje waar niemand slaapt
en de receptioniste uit verveling gaapt,
haar telefoon liever onbeantwoord laat.
© c.u.

maandag 11 januari 2016

Een wijde vlucht





Ik wens je  nu goeie vleugels toe.
Oké dan  kan ook ik  dus vliegen,
me in de lichte wolken wiegen.
Maar zeg me waar heen en hoe

‘Verder dan de dag van morgen,
je ziet wel, maak je geen zorgen.
Je kunt mooi naar andere duiven
en vreemde fladdervogels wuiven.

Waar kom ik met al dat vleugelslaan
dan aan, zul jij daar  te wachten staan,
zal ik na mijn lange reis hard landen
of vang jij me op met zachte handen.

©c.u. 11-01-‘16

donderdag 3 december 2015

Colportage




Colportage

Weer valt er een prijs
van de postcode
op de kokosmat
kan ik een code
activeren.

Opnieuw wordt
aan de deur gebeld
meneer uw goten moeten
o zo nodig schoon
en op het dak liggen
alle pannen schots
en scheef

het is tenslotte
een wonder toch
dat ik nog leef.                              ©c.u. 02-12-2015

donderdag 28 mei 2015

Tien jaar dakloos



Deze duif verdwaalde niet Van Barcelona kwam ie zonder mankeren naar huis



Een verdwaalde duif is nog geen dooie duif. Dat ‘duivenspreekwoord’ schoot me te binnen, toen  onze vluchtenpenningmeester eens even tijd had voor een verhaal. Meestal was hij een bezig baasje dat duizend dingen tegelijk wil regelen, maar nu had hij onder het genot van een borreltje zijn verhaal.
 Een oud vrouwtje; een soort Roodkapjes – Oma was bij hem, Gerrit, komen klagen over lastige duiven. In de buurt waren in korte tijd hoge gebouwen van een auto - importeur gesloopt.
Nu sliepen er op haar balkon duiven en ze maakten lawaai.
Gerrit beloofde hulp. Met een geïmproviseerde vangkooi  kon het probleem opgelost worden.
’Snurken ze’, had hij nog plagend gevraagd.  Oma echter had serieus het hoofd geschud en gezegd dat  die rotbeesten wel een brommend geluid over zich hadden.
In de weken die volgden werd de duivenval af en toe gecontroleerd en dat leverde  interessante vangsten op.
Duiven  van ver weg maar ook van  heel dichtbij vielen zo in handen van de hulpvaardige Gerrit. Ze kwamen van Alkmaar, Veenendaal en Almelo en andere plaatsen, maar ook uit onze eigen stad, Amersfoort.

Tussen die gearresteerde ‘dakloze’ zwerfduiven bevond zich een schitterende tienjarige doffer; een plaatje om te zien Hij was van  een lid van de Amersfoortse vereniging De Koerier;  ene Peter H. Die was hem  als jonge duif van het hok verspeeld.
Nu bijna elf jaar later,  bleek dat dier al die tijd  ongeveer 200 meter van de thuisbasis op dat hoge afgebroken autogebouw gewoond te hebben. Wel een bewijs dat verdwaalde en achtergebleven duiven zich jarenlang in de vrije natuur van  stad en land wisten te handhaven.
Van clubgenoot  Bertus zat er een 2-jarige duif  bij. Die was op een dag weggebleven en  woonde dus  gezond en wel een paar straten verder. De Veenendaalse duivin, ook al een paar jaar van huis, werd door de gelukkige eigenaar opgehaald. Ze stamde nog van belangrijke kweekkoppels en nu kreeg de basis van succes nog weer versterking.
Natuurlijk wilden sommige liefhebbers hun verloren duif niet terug, maar ze vernamen  wel wat er van hun  gevederde vrienden was geworden. En dankzij  Gerrit  en zijn  vangnetje kon dat grootmoedertje weer rustig slapen.
©c.u.

dinsdag 17 maart 2015

Een fluitje van een cent






Sinds mijn vrienden en kennissen weten dat ik postduiven heb, brengen ze knipsels over duiven mee, hebben ze gekke verhalen en vragen en geven ze me dingen die met de duif te maken hebben.
Zo ben  ik inmiddels in het gelukkige bezit van een tortel van gips en een plastic houtduif, een oude langspeelplaat, met bijvoorbeeld; ‘ daar komt miene Witpen an’ en voor de kerst glazen vredesduifjes die aan dunne draadjes in de top van de kerstboom kunnen rondfladderen. Ik kreeg boeken met duiventitels zoals: ‘Een kat  tussen de duiven’ van Agatha Christie en ‘ De Zaterdagvliegers’ van Maarten het Hart.
En iemand die ik voor een etentje uitnodigde had voor mij op de Zwarte markt in Beverwijk een zilveren hoedenspeld met drie duifjes gekocht. Ik vond het een aardig gebaar, maar ik draag geen hoed en de duiven worden zwart als je ze niet regelmatig poetst.
 Nu had ik de speld natuurlijk aan clubgenoot Toon met zijn onafscheidelijke dophoedje kunnen schenken. Die slaapt er waarschijnlijk mee, want toen laatst op het CCG-kampioensfeest iemand zijn hoed gestolen had, was hij helemaal van slag.
Omdat de speld lang en scherpgepunt is heb ik dat gevaarlijke wapen zelf maar gehouden, want Toon is al ver in de tachtig. Je weet maar nooit; een ongeluk zit in een klein hoekje!
Hein, een leraar handvaardigheid van mijn school kwam na zijn vakantie in Indonesië aanzetten met een fluitje voor duiven. Niet voor mij bedoeld om op te blazen en de thuiskomende duiven binnen te loodsen, nee, de duiven konden er zelf mee fluiten. Het was een beschilderd  stukje  rotan, iets wat op kurk leek, en vreemd gevormde veiligheidsspeld.
“Kijk”, zei mijn collega,” met dit speldje maken de jongens in Indonesië zo’n fluit vast boven op de staart van een duif en als hun doffers en duivinnen rondvliegen hoor je een fluitend geluid.”
“Dat zal een hoop herrie geven, als al die duiven fluiten,” reageerde ik, “ en hoe weet je nou dat die fluitende duif van jou is en niet van de buurman?”
Hij keek mij verbaasd aan:” Waar is dat nou goed voor; het is toch gewoon voor de gein.”
“Ik zie ze bij ons op de club al grote ogen opzetten als ik mijn duiven met zo’n fluitje op hun staart inkorf,” zei ik.
“ Ze vliegen dan fluitend over Frankrijk en Belgje naar Amersfoort.”
Hein schudde z’n hoofd. “Die jongens op Java hebben gewoon duiven voor de lol, dat zijn geen  duivenmelkers zo als jullie.”
“Bovendien   is een postduif met zo’n stuk kurk op z’n rug minder snel; dat kost snelheid,” mopperde ik.
Hein lachte. “ Jaja, als ik jou was zou ik die beesten een flitspak aantrekken en er strips opplakken net als bij onze schaatsers op de sprint.”
“Kurk hoort op een fles”, reageerde ik
Mijn collega  zei: “Het kost ze niks, die liefhebbers in Indië, bedoel ik, en het heeft verder geen betekenis.  Het is trouwens bamboe en geen kurk. Het is gewoon een fluitje van een cent. Ben je er niet blij mee?”
Cor Uitham