dinsdag 29 november 2011

In gesprek met een kropper

Luister jij eens even druktemaker    
Tijdens de voor- of najaarsbeurs en de Nationale manifestatie  in Houten kun je ook nog wel eens een meningsverschil hebben met de een of andere sierduif.
Hier dus met een kropper die de krant( waarschijnlijk De Telegraaf)  waarop hij heen en weer trippelde en poepen cq schijten mocht met  verve verdedigde.
Ondanks dit machtsvertoon zul je met zo'n duif zeker geen kopprijzen winnen van Orleans of Duffel. Let ook op het belerende vingertje van de toeschouwer.

maandag 28 november 2011

Klaverjassen


We zitten op de grens van herfst en winter. In de winterweken worden er in veel clubs kaart - , sjoel - en dart avonden op touw gezet. Dat is aan mij niet besteed. Als ik een hele zomerlang vele middagen en avonden  tussen mijn huis en het clubgebouw heen en weer gependeld heb voor inkorven en afslaan, wil ik wel eens op adem komen. Een poosje rust, even geen duivenmelkers gezichten.
Ik hou zogezegd een winterslaap. Daar komt bij dat ik geen klaverjasfan ben. Dat ligt niet aan mijn clubgenoten. 
Mijn tegenzin heeft te maken met de broers van mijn vader. Zij wilden mij vroeger op hun veeboerderij  klaverjassen leren. Zij speelden dat spel met de vuist op tafel, dronken citroenjenever en schreeuwden alsof het oorlog was  Oom Roelof, mijn kaartmaat, ging vreselijk tekeer als ik niet spekte als de slag aan hem lag, als ik niet seinde welke kleur ik had.   

De drie ooms vonden mij een achterlijke gladiool wanneer ik  het spel roekeloos  met  een  handvol slechte kaarten wilde spelen. Ze scholden mij de huid vol en  probeerden mij stiekem dronken te voeren met hun  zoete groene jenever. Om kort te gaan daarom kaart ik dus niet op duiven - kaartavonden.

Wel wip ik heel zelden op zo’n avond  langs. Je moet als bestuurslid belangstelling tonen!
Dan zit ik op een kruk aan de bar bij juffrouw Jenny. Her en der aan tafeltjes zitten mannen en vrouwen  rustig kaarten te schudden. Er wordt niet  getierd en gescholden zoals vroeger op de boerderij. 

Rond een sjoelbak hangen wat vrouwen; als enige  man doet Jan onze voorzitter daar sportief mee en laat de sjoelbrikken  keihard tegen het hout knallen, zodat ze terugketsen. Het dartbord hangt er troosteloos bij, darten wil in onze club niet van de grond komen.
Uit een paar geluidsboxen klinkt zacht wat countrymuziek; Loes en Adrie proberen Willem en Bertus de fijne kneepjes van het linedancen bij te brengen.
Al met al is het een vredig tafereeltje. Het is goed voor de intermenselijke contacten.

Ik bestel bij Jenny  een cola speciaal en zeg tegen haar:’ Kaarten, sjoelen dat zouden meer mensen   doen. Ook die jongens van de politiek bijvoorbeeld. Ik zie het al voor me: samen aan een tafeltje; Balkenende, Zalm,  Geert Wilders  en Van Duyvenbode van Groen Links. De laatste bestaat echt hoor, ik verzin het niet! 
Bij de sjoelbak  wat ongeregelde kamerleden, burgemeesters en meer van zulk volk. Dan een camera van de televisie erop en je hebt een mooi programma. Daar kan geen Barend en Van Dorp tegenop.’

‘Waarom klaverjas jij niet?’vraagt ze,’dat is toch gezellig!’ ‘Dat kan ik niet, van troef en zo snap ik geen bal. In harten jagen en pesten was ik goed, maar dat doen duivenmelkers niet.’
Ze knikt en vraagt of ik straks ook een kroket wil.
‘Ja lekker, met nog zo’n getikte cola’,  brom ik.
En ik denk aan Oom Roelof zaliger:’Oelewapper’, riep hij.  Nee. Klaverjassen niets voor mij.
C. U.

vrijdag 25 november 2011

Zelfs in een dierentuin zie je verkeersborden.

M'n vader met de bus van Doorenbos


In een inmiddels alweer vergrijsd verleden slaagde ik na 4 of 5 keer zakken voor ’t rijbewijs. Dat lag aan mijn opgefokte zenuwen en een mallotige  rijinstructeur. Van hem moest ik soms een noodstop maken voor denkbeeldig overstekend wild of hij  vond mij te langzaam. Wanneer ik dan een hengst op het gas gaf en met die kleine Volkswagenkever wegspoot , was ook dat niet de bedoeling.

Mijn vader vond mij een sukkel; ik was niet flink en  hanig genoeg, bovendien kostte  het hem klauwen met geld. Maar hij had makkelijk praten en had z’n rijdiploma zogezegd nog in de late Middeleeuwen gekregen. Zijn rijexamen   vond plaats ter hoogte van Damsterdiep Oostzijde nr. 7. Er kwam een ambtenaar. Die wees en sprak als rechtgeaarde Groninger kort en bondig:’rij daar maar heen, keren en terug komen.’
 Zelf stapte hij niet in. M ’n Pa mocht ook laten zien dat hij met de T- Ford  zonder geslinger achteruitrijden kon. Toe was hij geslaagd. De hele happening duurde amper een kwartier en de kandidaat hoefde nog geen 100 m te rijden.

De volgende dag kon  hij met de autobus van Doornbos, zijn baas, arbeiders naar de havenwerken in Delfzijl vervoeren, want dat zo in een poep en een zucht veroverde rijdiploma was overal geldig voor.
Maar ik dus verknoeide  bijna twee jaar  om voor  de rijbevoegdheid te slagen. 
Praktisch ging het steeds mis. Ik verleende voorrang als het niet moest en bij achteruit inparkeren liet ik de auto onnodige pirouettes draaien.

Theoretisch lukte alles. Elk verkeersbord kende ik op een duimpje. Dat was een eitje en in die dagen werden stad en land nog niet ontsierd door een wildgroei aan gevarendriehoeken en verbods- en ge-
bodsborden. 
Bovendien  zetten nu allerlei grappenmakers eigenhandig  allerlei waarschuwingsborden neer. Bij voorbeeld om  te attenderen op overstekende bronstige padden. 
Zelfs in een dierentuin zie je verkeersborden. Gelukkig kennen we nog geen verkeersborden voor postduiven, hoewel een waarschuwingsbord voor  hyperactieve haviken, sperwers en slechtvalken misschien nog niet zo gek zou zijn. 

 Maar goed; alles moet zijn tijd hebben. Na de laatste maal afrijden kon de vlag uit. 
Het getuigschrift was weliswaar slechts geldig voor de personenwagen maar dat  mocht de pret niet drukken.   
Mijn rijstijl was rustig en anticiperend en ik werd geen brokkenpiloot zoals mijn zuster die heel knap haar examen in een keer haalde, maar na een slalom tussen wat paaltjes en bomen nooit weer een stuur aanraakte.
©.c.u.

maandag 21 november 2011

En ondertussen moment opnamen in en rond ons duivenclubgebouw

Het loopt niet altijd op rolletjes dat is een ding dat zeker is
Nee ik gaap of slaap niet maar ik lach wat dacht je dan
Soms zie je het even niet  meer zo zitten
Ziezo de uitslag is weer klaar
En eens kijken wie me nu allemaal  nu weer voorzitten
e
Ze zitten in Sint Quentin
cola en bier en ook veel plezier                



 In St Quentin ging Johny Cash ook helemaal los daarom voor alle duivenliefhebbers die vanuit die Franse losplaats  successen boekten speciaal dit numm

vrijdag 18 november 2011

Duiven en kabouters

Laaf leest duivenkrant



 Het was 1e Pinksterdag. Ik had m’n jonge duiven ‘ schoon’  water gegeven. Toen ik een klein uurtje later ging inspecteren was  de drinkpot leeg en kurkdroog. Dat was op z’n minst verontrustend. De jonge garde moest niet zo maar de zuipziekte krijgen. Ik gaf nieuw leidingwater en ging even later nieuwsgierig kijken. 
Er zaten geen jongen rond de drinkpan; die zaten allemaal onschuldig op hun schabbetjes te koekeloeren. Maar het water was al bijna weer op!
Hadden de kaboutertjes dat op hun geweten? Ik tilde de metalen waterbak omhoog; er druppelde water af. Er zat dus een gat in de bodem. Bingo….het raadsel was opgelost.

Nu had ik een probleem; mijn voorraad drinkpotten was op. Waar toverde ik tijdens de feestdagen zo gauw een nieuwe pot weg. 
Opeens dacht ik aan Andries; een  bevriende duivenmelker die noodgedwongen een zittend leven leidde. Die wist altijd overal antwoord op en had een ruime voorraad van de meest uiteenlopende rariteiten. De kans dat hij iets had waaruit mijn duiven konden drinken was groot!

Even later was ik op visite; werd getrakteerd op thee, limonade  en Pijnenburgkoek. Ja  en o zeker: ik mocht kiezen uit een riante collectie drinkreservoirs; hoog, laag, plastic en metaal. Dankzij  dat  drinkpangaatje werd mijn dag toch nog gezellig…. 
Behalve duiven had die Andries ook nog andere hobby’s; hij figuurzaagde of zaagde figuur; het is maar hoe je het bekijkt en hij verzamelde in zijn Lilliputtertuintje allerlei soorten dwergen, kabouters en andere vreemde figuren van steen, kalk of gips.

Omdat ik mijn  Powershot S30 op zak had begon ik uitgebreid plaatjes van dat gipsvolkje te schieten. Een andere bezoeker van Andries kwam op het idee om een van die dwergen een krant in de knuisten te duwen. Hij griste het NP Orgaan van het tuintafeltje  en riep:’ Hier dit moet je op de foto zetten, kijk zelfs kabouters lezen de Duivenkrant.’ 
Met plakband werd vervolgens het duivenblaadje aan Eftelingachtige figuren bevestigd en nam ik vanuit  allerlei hoeken en gaten een foto’ 

Gert, de  duivenzoon van Andries was ondertussen terug van het Brive -duivenlappen in Hank.Hij keek sceptisch naar mijn capriolen en vroeg:’Zeg,waar ben jij eigenlijk mee bezig?’
‘ Een plaatje voor het Orgaan’, lachte zijn Pa. 
‘Die zetten hem er toch niet in. Ze zijn niet gek! Zijn er al duiven thuis en wat doet die  nieuwe schone drinkpan daar’ , bromde Gert. 
Zijn humeur moest nog op temperatuur komen. Dat was duidelijk.

©.c.u.

donderdag 17 november 2011

Dokter Bibber


Al enige tijd ben ik Opa Duif en mijn kleinkinderen van  5 of 16 jaar, ik heb er acht, staan erop mij te assisteren bij het verzorgen van de duiven als ze op visite zijn. Ze willen het hok in, knoeien met voer, gieten water naast de drinkbakken en ze moeten beslist stoppeljongen aaien., 
Jamie wil een duif vasthouden en dat is best moeilijk, Sarai strooit het voer naast de voerbak en Nadine tilt zich een breuk aan een zware gieter van 10 liter en het water  belandt voor het grootste deel naast de drinkpotten. kortom dolle pret!
In de duivensport loop je soms tegen wonderlijke zaken aan. Wat te denken van vlieggoud of fondolie. Bij het eerste denk je misschien aan vlugzout, bij het laatste leg je onbewust een connectie met loodvrij, diesel en LPG. Wanneer  je je als buitenstaander  realiseert dat die dingen iets met postduiven uitstaande hebben, klapper je met je oren.

een duif vasthouden is  best lastig

Maar ook als behoorlijk functionerende grootvader word je geconfronteerd met bizarre dingen. Zo stuurde mijn schoondochter mij begin december op pad om het spel Dokter Bibber als sinterklaascadeau aan te schaffen. Ik had nooit van zoiets gehoord, wist niet hoe het er uit zag of waar ik het zoeken moest.
Je moet je zoiets proberen voor te stellen. 
Het spel dat je zoekt is oud en al lang uit de handel en je informeert als oude en grijze heer bij de zoveelste speelgoed winkel naar dokter Bibber. 
Het meisje  achter de toonbank vraagt om uitleg, giechelt wat en stuurt je daarna hoofdschuddend naar een volgende zaak Ik zocht de halve stad af naar dokter Bibber en  schold stilletjes mijn schoondochter de huid vol.
Natuurlijk kan ik de gedachtegang van zo’n winkeljuffie volgen. 

Vertel voor de aardigheid eens aan kennissen en vrienden dat je een duur bed of bankstel hebt gekocht en dat je er van beddenzaak Droomwereld een paar jonge duiven bij cadeau krijgt, dan zie je ze toch ook kijken met een blik van,”Hè , duiven als bonuspunten bij een slaapkamer ameublement,  in wat voor land en tijd leven wij!’

De affaire  Bibber was niet de enige frustratie die ik te verwerken kreeg. Toen mijn oudste dochter in verwachting raakte, mocht ik voor haar een zwangerschapsbelletje gaan scoren. Ze zei me dat zo’n ding bij een bepaalde sieradenzaak  wel te koop was. 
De juwelier keek overdonderd en schudde bezorgd het hoofd.
Na  wat omzwervingen door de stad kwam ik bij een babyspeciaalzaak. Daar was het raak. 
Nu kreeg ik van een ijverige babyjuffrouw evenwel uitgebreid instructie over het gebruik van zo’n zwangerschapsklokje. Het belletje mocht niet te hoog op de moederbuik hangen, want de ongeboren baby richtte zich naar het geluid en kwam dan in stuitligging terecht. 
Liefdevol pakte de winkelkip het belletje in en kakelde aan  een stuk door over de voor- en nadelen van het ‘muziekinstrument’Ondertussen dacht ik; mens schiet op.ik wil hier weg!

Thuis overdacht ik mijn avontuur! Het geluid van  dat zwangerschapsbelletje was aangenaam en rustgevend voor het ongeboren kind. Zou zacht en vrolijk getingel of een soort newage muziek ook niet bevorderlijk kunnen zijn voor de jonge duiven in de broedschotel!  Misschien een ideetje voor de duivenvrienden. 
We hadden het afgelopen jaar immers al kennis gemaakt met de mechanische bromvlieg in een kunstei, dat nota bene aan de universiteit ontwikkeld was.

Van het tril- ei kwam ik weer bij het bibberavontuur; op zoek naar dat cadeau had ik vaag het idee gehad dat schoondochterlief mij met een kluitje in het riet stuurde.
In het dorp van mijn jeugd stuurden  plaagzieke volwassenen  kinderen  bij voorkeur naar de plaatselijke ijzerwinkel of smederij met de opdracht daar de watergaatjestang op te halen. 
Of je moest bij de kruidenier azijn halen en de man zei met een uitgestreken smoelwerk:’Mijn azijn is niet goed ze is zuur!’en omdat zuur  voor  je kinderzieltje   vies en bedorven betekende net als in zure melk, ging je onverrichter zake weer naar huis.

Bij onze duivenclub maakt men ook graag een geintje. Vooral de paar jeugdleden die we rijk zijn moeten daarop bedacht zijn. Zo tovert Rinus bijvoorbeeld bij het inkorven van duiven opeens een ei tevoorschijn en zegt: kijk, Remco je duivin heeft net gelegd. Hier pak aan!’

Wat het sinterklaascadeau betreft! Het Bibberspel vond ik tenslotte in een kringloopwinkel. Het is een kartonnen bord met de afbeelding van een mannetje met allerlei openingen. 
De spelende kinderen moeten met een pincet losse lichaamsdelen  en organen uit dat kereltje peuteren. 
Raken ze daarbij de randen  van die gaten dan klinkt er een zoemer en gaat de neus van de patiënt branden.Kortom een krankzinnig spel.
En....... een dokter mag niet bibberen.
© c.u.

woensdag 16 november 2011

Een vreemde bezoeker op mijn hok

 
goeiemorgen een reiger op mijn hok

Je wrijft als duivenliefhebber wel eens je ogen   uit wanneer je in de vroege morgen deze fraaie vogel op je duiventil ziet zitten. Die komt vast niet uit Bergerac denk je dan bij ze jelf.
Een paar winters terug kwam deze gast regelmatig buurten Nogal logisch mijn buren links en rechts hebben vijvers met vissen en kikkers en dat is aanlokkelijk voor een reiger als in het late najaar schraalhans keukenmeester wordt.
Gelukkig strijkt deze  deftige dame in de zomer niet op mijn hok neer wanneer ik op mijn wedstrijdduiven uit Frankrijk zit te wachten