maandag 9 januari 2017

Babbelaars




Het was een van de laatste maandagen van het jaar.Buiten vlogen de  drie witte begrafenis-  en bruiloftsduiven van buurman Ed. Om het feit dat er al  veel rafellinten, fonteinen, skyscrapers en ander vuurwerk werd afgestoken, bekommerde hij zich niet. 
Ik had een mandje met 8 jaarlingdoffers  klaar gezet. Op het programma stond een tafelkeuring. Door de tuinpoortdeur kwamen  de maandagmannen in beeld. Zo noemt mijn kleinzoon de vijf duivenmelkers  die elke eerste dag van de week op de koffie komen. Ze liepen eerst naar het mobiele duivenrennetje om mijn jongste aanwinsten op duifgebied, mijn zogeheten  Zwartgoudinteelt,  te bewonderen ‘Ze zien er hartstikke strak  uit ‘, was  het commentaar bij binnenkomst. We gingen  zes man sterk  aan de lange eettafel zitten, dronken koffie.
‘Jullie mogen mijn jonge vliegdoffers beoordelen’, zei ik. Dat vonden ze oké.De duiven gingen van hand tot hand. De maandagkerels bromden, hadden kritiek , stelden afstammingsvragen en gaven  cijfers, daarbij waren ze guller dan docenten of schoolmeesters. Een echte onvoldoende durfden ze kennelijk niet te geven of ze wilden me te vriend houden. De blauwe 563 kreeg van Umberto een 8, het beestje  kon naar zijn mening kilometers maken en had een kop dat ie naar huis wilde,
Bij de 604 zweeg hij en mompelde nauwelijks hoorbaar: een 8-tje dan.Wim vroeg is dit een overnacht, vond hem heel mooi  en  gaf   7+.  Rinaldo bewonderde het oog zo mooi, misschien had die duif wel een ketting in zijn pupil. Johan riep 
‘Neenee een 9, minstens  een 8, hij is helemaal gesloten  en aan de buitenkant kun je niet zien of het een meerdaagse duif is, Wim! En over die  ogenkijker die bij ons in de club is geweest gaan we het niet hebben.’ 
‘Het is jammer dat je je loep niet bij je hebt Umberto’,  interrumpeerde Geert, ‘want die vent was best goed, legde het zo mooi uit met tekeningen en dergelijke.’

Zo ging het. Ze masseerden, kneedden duiven , keken in ogen,spreidden vleugels uit, bromden goedkeurend . De een  oordeelde:’Dit is mijn type niet, valt in de hand tegen, wringertje.’ 
De ander sprak:’Dit is qua uitstraling een meisje.’ 
Een enkeling zei:’Ik vind er geen scheet aan.’ 
Kortom het was gezellig , maar ik schoot er niet zoveel mee op, had soms het idee dat ze een beetje zaten te dollen.
De 580 kreeg van Rinaldo een 10 min voor de zekerheid, de 605 van Umberto een hele 10  De  Drie Drietjes had een duivinnenkop, een grote pupil, was verkeerd geringd,  hoestte en kuchte Wim. Geert wou de herkomst van de 570 en 80 weten. ‘ Uit Donkere Gert x Kleine Harold en van Hugo  en Piter,’aarzelde ik.
Fidessa

Johan meende dat de 574  iets in z’n keel had, hij dacht  dat ook de 605 rochelde toen hij hem vastpakte en vroeg of hij in de bek mocht kijken.  Duiven vinden dat niet leuk, maar ik knikte. Nee de duif was schoon  Johan snapte het niet.
Als achtste  gaf ik  mijn deskundige maandag  koffie- en theedrinkers de 787. een van de inteeltlaatjes uit het rennetje.Die kreeg 8-7-7+ en 8- van de Heren en kon maar beter op de Natoer ingespeeld was hun idee. Had nog heel veel oude pennen
En bij Johan ging ineens een lichtje op want ook het laatje pruttelde. ‘ Hoho, ik weet al waarom al die duiven van jou ornithose  hadden.In mijn jasborstzakje zit een stukje papier.  Als ik een duif tegen me aan hou  ritselt  ’t  wat en lijkt ‘t of al die duiven snotteren!’
De koffiemannen lachten Geert vond  samen keuren.leerzaam, maar Wim somberde dat  het aftasten was, dat je aan de buitenkant niet zag wat er aan de binnenkant zat en dat de mand en de tijd het zouden leren en wat je voelde wist je niet altijd.
Umberto lachte dat je dan net zo goed in het donker of geblinddoekt kon gaan keuren. 
Rinaldo riep ‘dat moet je niet zeggen’ en stak  vermanend  de vinger op. 
Dit liep uit de hand. Ik pakte iets uit de kast en bood de mannen  Zeeuwse Roomboter Babbelaars of  Boterballen aan. Die had ik van buurman Ed omdat ik zijn witte duiven had verzorgd toen hij een lang weekend in Veere zat. Op slag was het stil, zat iedereen te smikkelen. In het Gronings heten die dingen Kekaigies. Je kunt  ze ook in de koffie doen in plaats van suiker.  Zal ik nog eens inschenken, mannen!. Nee, ieder had genoeg,  het was al half een en ik moest beter niet zo de wijsneus uithangen vond Johan. Even later gingen ze, stonden weer even stil bij mij verrijdbare volière en bliezen de aftocht terwijl  Eds speciale gelegenheids -witjes boven de tuinen en huizen aan het stuntvliegen waren.
©c.u.

zondag 9 oktober 2016

duiventillen


Dertig jaar geleden kreeg ik waarschijnlijk op mijn verjaardag- ik werd toen 52- een mooi gebonden boek over duifhuizen en duiventillen. (Taubenhauser und Taubenschlage van Alois Kammermeier)Het was een fraaie uitgave uit 1978 met veel foto’s tekst en tekeningen.
Er staat materiaal in over duivenbehuizingen uit o.a Tsjechoslowakije, Duitsland, Engeland en andere landen.
Toevallig vond ik het boek vandaag bij het opruimen terug, ik had er geen idee van dat het nog in mijn bezit was. Bij zulke afbeeldingen sla je aan het fantaseren.
 
duiventil bij Wezep

Stel je eens voor dat post- en sierduivenliefhebbers van tegenwoordig eens massaal zouden besluiten om voortaan hun vogels zo te huisvesten, dat zou in de toekomst historisch gezien perspectief bieden. 
Wellicht kwamen/komen hun tegenwoordige duivenpaleizen en – hokken dan ook op een lijst van beschermd cultuurerfgoed. Bekijk de plaatjes die ik gefotood heb maar eens....dat is toch romantiek........
In ons land staan ook op veelplekken nog oude duiventillen. Bijvoorbeeld in de buurt van Wezep. Daar heb ik op dit blog al eens een gedicht over geschreven.


Iemand vroeg me:'Ga nu dit boek verkopen. Je kunt er veel geld voor krijgen.' Dat doe ik natuurlijk niet. Op het internet zag ik dat er ergens bijna 300 dollar voor werd gevraagd. Wie wat bewaart, heeft  iets en kan zo af en toe genieten, schreef iemand me ooit en zo is het maar net.
 Dat geldt voor een topduif ook waar je een flinke prijs voor kunt vangen. Duif weg en na een poosje zijn de centen ook gevlogen en heb je alleen de herinnering; een beker op de kast en een diploma aan de wand en  nog wat jaartjes verder is vriend en vijand vergeten dat je ooit bovenaan de erelijst op teletekst stond.
Oh zeker ik ken de argumenten. Stel je voor de duif wordt gestolen, een roofvogel ziet er ook brood in of het glorierijke doffertje- duivin mag ook-  knalt tegen het raam van de buurvrouw. Had je maar! En wat je niet hebt kun je niet kwijtraken.  


Soms vergeet je wat je hebt en vind je dat op een dag terug. Dat gaat voor mij met dit boek trouwens ook op.  
Voor de rest: ik ben geen sterspeler, in mijn hokken zitten geen vogels op een peperdure transfer te wachten. Maar wie weet, word ik op een morgen wakker, kijk ik in de spiegel en ben ik beroemd.
Om een indruk te krijgen van de vreemdsoortige duivenhuizen moet je maar eens goed kijken naar bijgaande afbeeldingen. Denk je eens in dat jouw  kampioenen op zulke  duifkastelen gehuisvest zijn
© c.u.
 ps
Mijn spellingscontrole vermeldt dat het woord duifkastelen fout is of niet bestaat. Die geeft als mogelijke alternatieven: fuifkastelen en duitkastelen. Daar heb ik nog nooit gehoord maar ik kan mer er wel iets bij voorstellen.

Taubenhauser, Taubenschlage (Rosenheimer Raritaten) (German Edition) (German) Hardcover – 1978

vrijdag 12 februari 2016

leegstand

http://binnenpark.blogspot.nl/2014/03/leegstand.html

De duiventil staat daar al jaren stil.
Geen veertje dat er gratis wonen wil.
Alleen,  van duif en god verlaten,
kijkt zo’n huisje somber uit z’n lege gaten.
Ja, overal  staan in het land verspreid
die onbewoonde tillen voor de aardigheid.
Je vindt er een in omgeving Amersfoort
maar geen vogel woont er ongestoord.
Na de afslag Wezep staat er  in ’t land,
verloren ergens aan de linkerkant,
al zo ver terug mijn herinnering gaat,
een duifmotelletje waar niemand slaapt
en de receptioniste uit verveling gaapt,
haar telefoon liever onbeantwoord laat.
© c.u.

maandag 11 januari 2016

Een wijde vlucht





Ik wens je  nu goeie vleugels toe.
Oké dan  kan ook ik  dus vliegen,
me in de lichte wolken wiegen.
Maar zeg me waar heen en hoe

‘Verder dan de dag van morgen,
je ziet wel, maak je geen zorgen.
Je kunt mooi naar andere duiven
en vreemde fladdervogels wuiven.

Waar kom ik met al dat vleugelslaan
dan aan, zul jij daar  te wachten staan,
zal ik na mijn lange reis hard landen
of vang jij me op met zachte handen.

©c.u. 11-01-‘16

donderdag 3 december 2015

Colportage




Colportage

Weer valt er een prijs
van de postcode
op de kokosmat
kan ik een code
activeren.

Opnieuw wordt
aan de deur gebeld
meneer uw goten moeten
o zo nodig schoon
en op het dak liggen
alle pannen schots
en scheef

het is tenslotte
een wonder toch
dat ik nog leef.                              ©c.u. 02-12-2015

donderdag 28 mei 2015

Tien jaar dakloos



Deze duif verdwaalde niet Van Barcelona kwam ie zonder mankeren naar huis



Een verdwaalde duif is nog geen dooie duif. Dat ‘duivenspreekwoord’ schoot me te binnen, toen  onze vluchtenpenningmeester eens even tijd had voor een verhaal. Meestal was hij een bezig baasje dat duizend dingen tegelijk wil regelen, maar nu had hij onder het genot van een borreltje zijn verhaal.
 Een oud vrouwtje; een soort Roodkapjes – Oma was bij hem, Gerrit, komen klagen over lastige duiven. In de buurt waren in korte tijd hoge gebouwen van een auto - importeur gesloopt.
Nu sliepen er op haar balkon duiven en ze maakten lawaai.
Gerrit beloofde hulp. Met een geïmproviseerde vangkooi  kon het probleem opgelost worden.
’Snurken ze’, had hij nog plagend gevraagd.  Oma echter had serieus het hoofd geschud en gezegd dat  die rotbeesten wel een brommend geluid over zich hadden.
In de weken die volgden werd de duivenval af en toe gecontroleerd en dat leverde  interessante vangsten op.
Duiven  van ver weg maar ook van  heel dichtbij vielen zo in handen van de hulpvaardige Gerrit. Ze kwamen van Alkmaar, Veenendaal en Almelo en andere plaatsen, maar ook uit onze eigen stad, Amersfoort.

Tussen die gearresteerde ‘dakloze’ zwerfduiven bevond zich een schitterende tienjarige doffer; een plaatje om te zien Hij was van  een lid van de Amersfoortse vereniging De Koerier;  ene Peter H. Die was hem  als jonge duif van het hok verspeeld.
Nu bijna elf jaar later,  bleek dat dier al die tijd  ongeveer 200 meter van de thuisbasis op dat hoge afgebroken autogebouw gewoond te hebben. Wel een bewijs dat verdwaalde en achtergebleven duiven zich jarenlang in de vrije natuur van  stad en land wisten te handhaven.
Van clubgenoot  Bertus zat er een 2-jarige duif  bij. Die was op een dag weggebleven en  woonde dus  gezond en wel een paar straten verder. De Veenendaalse duivin, ook al een paar jaar van huis, werd door de gelukkige eigenaar opgehaald. Ze stamde nog van belangrijke kweekkoppels en nu kreeg de basis van succes nog weer versterking.
Natuurlijk wilden sommige liefhebbers hun verloren duif niet terug, maar ze vernamen  wel wat er van hun  gevederde vrienden was geworden. En dankzij  Gerrit  en zijn  vangnetje kon dat grootmoedertje weer rustig slapen.
©c.u.