zondag 13 januari 2013

Goed gemutst


 Een duif waar je je petje voor mocht afnemen;de fameuze 89 met jong (van wijlen Dick Jacobs)


Af en toe kwam er in het Reclameblok van de  televisie vroeger wel eens  een spotje voorbij van een bedrijf dat iets  met kantoorwerk te maken had.
Je zag een overwerkte man die  uit het raam keek. Hij ontdekte aan de overkant een witte duif met een toverhoedje op.
Hij wreef zich in z'n ogen omdat hij meende te dromen, riep zijn secretaresse maar dan was de vogel  al weer gevlogen.

Enige tijd geleden liep ik op de Hof, 't grote plein in onze stad. Het wemelde er van stadsduiven. De markt was net gesloten en de gemeente reiniging en de duiven waren het plein aan 't opruimen.
De duiven renden driftig heen en weer voor de veegwagens  met hun waterstralen en  pikten alles op, wat ook maar enigszins eetbaar was: patat met mayonaise, onduidelijke kruimels en groente resten.
Duivenliefhebbers kijken met andere ogen naar zulke zwerfduiven dan de gemiddelde burger. Ze zien in zo'n vreemdelingen legioen de vele zieke en gewonde duiven. Duiven met of zonder poten, maar soms lopen er fraaie postduiven tussen.

Ik moest denken aan een verhaal dat  Mart me eens vertelde over de heldendaden van zijn  vader die ook duiven hield. Die had een vriend die op zondag graag naar de pleinduiven keek.
‘ M' n ouwe heer wilde een geintje uithalen,’ zei Mart,’ daar was ie goed in!’
Hij voerde de dieren en ving er een stelletje. Thuis knipte hij van wat oude giro enveloppen de hoekjes, deed er een beetje stroop of glutonlijm in en plakte zo de duiven een voor een, een puntmutsje op hun kop.
‘Hoe kreeg je vader die duiven te pakken,’ onderbrak, ‘ zo makkelijk ging  dat toch zeker niet!’
‘ Oh, heel simpel; met zwart naaigaren,’ verklaarde Mart. ‘ Hij  trok een heel stuk van  'n  garenklosje af,  legde dat uit over de stenen  en strooide  wat voer. De  hongerige duiven raakten met hun poten verward in dat fijne draad en mijn pa kon ze dan zo naar zich toe halen. Eigenlijk was hij op die manier naar duiven aan het hengelen.’

Ik keek hem ongelovig aan. Maar hij ging onverstoorbaar door.
‘ De duiven droegen dus hoedjes ,maar ze moesten ook wat aan de poten hebben, vond hij. Van het witte papier maakte hij kokertjes die aan de uiteinden een beetje rafelig geknipt werden. Die bevestigde hij rond de duivenpootjes. Mijn vader was bonthandelaar. Hij knipte stukjes bont en plakte  die op de tenen en op die kokertjes. Nu leek 't van een afstand of de duiven bontlaarsjes aan hadden.

Vervolgens liet hij ze weer los. En met enige spanning wachtte hij de berichten van Toon, z'n duivenmaat af.
‘Moet je nou eens horen,’ riep die bij 't inmanden van de duiven de vrijdag daarna.
‘ Op de Hof lopen duiven met petjes op!’
Iedereen lachte.
‘Dat heb je zeker gedroomd of je hebt een beetje te diep in het glas gekeken,’ schaterden de liefhebbers.
‘ Nee,’ zei Toon, ik heb 't zelf gezien, ik heb getuigen. Ze droegen ook sokjes!’
Hij had beter niks meer kunnen zeggen want de vrolijkheid steeg ten top.
M'n vader vertelde hoe de vork in de steel zat en toen kon Toon er zelf ook wel een beetje zuurzoet  omlachen.
©c.u.

1 opmerking:

Athy zei

sterk verhaal, Cor.