dinsdag 3 februari 2015

Over een werkstuk en de Trekduif




Over een werkstuk en de Trekduif
In 1952 zat ik op de Rijkskweekschool in Deventer. Dat was geen opvoedingsgesticht voor lastige en moeilijk opvoedbare figuren en ook geen instituut waar postduiven of  andere dieren gekweekt werden. Het betrof een school waar je hard kon leren om onderwijzer te  worden. 
Onderwijzers bestaan vandaag de dag niet meer. Ze heten nu leraar, leerkracht of docent. En die onderwijzerskweekschool noemt men thans Pedagogische Academie en de leerlingen zijn studenten.

In mijn tijd was dat anders. Ik was een scholier en moest van de leraar Biologie een werkstuk maken. Dat wou ik over postduiven doen. 
Mijn klasgenoten kozen voor werkstukken over Paddenstoelen, Koekoeksbloemen, grassoorten, vissen, apen, weidevogels, etc. Allemaal  min of meer geschikte onderwerpen waar de Bio-leraar verstand van had.
Postduiven leek mij een prima keus. Ik wist er wel een beetje van, had zelf duiven en mijn leraar- hij heette de Munck-Mortier, een mooie dubbele naam waar ik jaloers op was- wist vrijwel niks van mijn onderwerp. Dat leek me geen bezwaar. Hij keek bedenkelijk, maar vond het goed.

Thuis schreef ik alles over uit ‘De Duivenvriend’ van een zekere Beekman, ‘De Postduivenrassen’ door G.A. Spruyt  en ’t Neerlands Postduiven Orgaan. 
Het was allemaal in een deftige ouderwetse taal en mijn Biologie-meester kon  met zijn klompen aanvoelen dat de hele zaak jatwerk was, maar dat deed hij niet.
Ik  trok en tekende allerlei plaatjes over uit de twee  boeken en die duivenkrant, verzon er wat bij en klaar was Kees, eh Cor!. 
De leraar nam het kunstwerk in ontvangst en gaf het een week later terug.  Hij keek minzaam, stelde een paar vragen over lijnenteelt, het orientatievermogen en of ik werkelijk serieus dacht dat postduiven bij het zoeken van de weg naar huis gebruik maakten van ANWB- paddenstoelen en –wegwijzers. Hij wekte niet de indruk dat hij mijn ijverig in elkaar geflanste product gelezen had, maar gaf me in elk geval een voldoende; een 6+ of een 7-.

Laatst vond ik mijn werkstuk of scriptie terug. Het droeg de fraaie titel: ’De Postduif’ door C.L. Uitham! Je reinste plagiaat! Ik scande wat oubollige tekeningetjes en illustraties in die ik ruim 60 jaar geleden  met een kroontjespen en met Oost Indische inkt had nagetekend.
Ik las zo hier en daar hap snap een beetje over dat de postduif bijvoorbeeld afstamde van de Rotsduif- en de Trekduif en nog een paar Sierduiven, gegevens die ik allemaal  bij Beekman en Spruyt gestolen had.

Hoe had die Biologieman met die  fantastische dubbele achternaam nou ooit in hemelsnaam kunnen geloven, dat zijn leerling dat echt zelf geschreven had. Behalve die Trekduif dan! Waar ik die gevonden kon hebben was een raadsel. 
Hij informeerde bij het teruggeven van mijn verhandeling terloops nog  uit welk land de Trekduif stamde, waarop ik op goed geluk vertelde dat  het beestje waarschijnlijk uit Turkije of Griekenland kwam en dat  dat niet onlogisch was aangezien postduiven toch ook een soort trekvogels waren. Hij fronste zijn wenkbrauwen, maar liet er verder bij zitten.
©c.u.

Geen opmerkingen: