dinsdag 12 februari 2013

Pigeons in a rabbit warren


Light Jackstone

In the fall of 1978 I accidentally started  my career as a pigeon fancier. I had to blame it on my youngest son Jerome. One memorable day he turned up with a couple of ugly young pigeons which he had got as a present from his playmate’s father. We already possessed two rabbits joyfully living in a hutch mainly built  of wire netting and old timber work. 
Deep below the surface of the earth their accommodation  has been separated from the rest of the free world with chicken-wire.  I wasn’t  at all pleased when I saw my son with these pigeons.  I  was upset and asked:  ’What are you going to do with those useless creatures’
 ‘Well, they can live with Jim and Wilma’, he answered  with an appealing look.
‘Then they‘ll have no shelter, you expose them to all sorts of weather’, I protested
‘We can do with birds, can’t we, they are used to living in the open’, he pleaded.

So  he had his way. In a poultry run where you had to bend at a height of 60 centimetres two breeding cages were attached to the netting. On the others side of  Jerome’s fantasy building  the pigeons got their  front door.  There still was a problem left. Dark  and Light Jackstone as Jerome had christened the two innocent pigeons by name were cocks and  sooner or later  they would be in need of female companionship.  
Therefore my dear son bought two hens in a  nearby poultry market. And now the happy  animal family life in  his little zoo could begin.   
The Jackstones and theirs beloved hens embarked on a breeding session and Wilma and Jim  deep  and far away in one of their dark burrows welcomed their offspring.  In the walking Jerome enlarged  his little community with two guinea pigs.   

After Dark Jack and his partner had been breeding for a while my son came home with a huge egg. Which  he claimed  to have found somewhere in the middle of nowhere. He slipped it  in the nest under Jack’s hen.  To his surprise She accepted without batting an eyelid the queer thing. 
No  single trace of embarrassment. No, Dark Jackstone and his wife  did adopt the giant egg without hesitation. It was their egg and that was that.
Two weeks after a duckling hatched. It immediately made it  loudly squeaking obvious that it had entered into the big world. Jerome’s pigeon couple regarded that  strange  creature in their nest as their young and they tried to feed it in the pigeon way. However that didn’t work. Young duck leave their nest  and are self-supporting by nature.
Jerome in his rabbitwarren

In the afternoon our day-old chick jumped or rather tumbled down from the breeding box and minutes later it strolled  around amongst the rabbits, guinea pigs and other pigeons that didn’t seem to pay any attention to this busy squeaking  new inhabitant of their rabbit hill.  Our ugly duckling ate everything; pigeon food,  stale bread and even rabbit droppings. So she enjoyed the good life and after that tasty meal she went for a swim in the pigeons drinking fountain.
Jackstone still  attempted to feed his foster child in the typical pigeon way. He nervously tripped   around unthankful duck.

Towards the end of the day our duckling started  to squeak in a complaining voice. It was tired and in need of  a warm nest. So  Jerome took it back into the breeding box, where it crawled close to its foster pigeon hen and then soon fell asleep.
And  from that time onwards that became a  regular habit. During daytime the little duck  threw herself from the nest into the interesting rabbit world  and  somewhere in the afternoon my son gently lifted her up to  the pigeon nursery. Occasionally she was allowed to go for as stroll outside the rabbit warren accompanied by one of us.
As far as the pigeons concerned; they didn’t seem to notice the difference  between an extravagant egg and one of their own. At first they even regarded that new born chicken their own child.

In our childhood we looted the nests of magpies. A magpie nest mostly contained 5-7 eggs. When  we’d climbed a high tree and there only were 2 or 3 eggs my schoolboy friend with whom I was on  what we called an egg raid replaced these eggs with small potatoes. 
In this way we didn’t disturb the magpies breeding session and after a couple of days we came back to collect the other eggs which mother magpie in between had produced.  In doing so maybe  we discovered  that birds  probably didn’t  see the difference in shape, colour and size.   
The teacher at school had told us the interesting story of the Cuckoo and the songbirds.  But he also then tried to convince us that robbing birds nests was more or less immoral.   
the little duck goes for a walk

No doubt you wish to know how Jerome’s  duck and pigeon story ended.  In the beginning it was a happy affair.  Except from the guinea pigs who didn’t really socialize, pigeons, rabbits and duck lived peaceful together. Every now and then the duck went underground and also some pigeons occasionally  dropped by in a rabbit burrow. Jerome joined as a junior member the local pigeon club, Pro Patria by name. And on their first races from Belgium to their rabbit loft  Light  and Dark Jackstone were amazingly successful.
The little duck however never became fully fledged; it wasn’t destined to be a beautiful swan. Maybe she took  bad food or got infected by some horrible pigeon disease. In short one Monday morning it fell ill and eventually died. 
©c.u 
 zie voor het verhaal in het Nederlands http://duivenpad.blogspot.nl/2011/09/duiven-in-de-konijnenberg.html



zondag 3 februari 2013

Kijk daar uit die richting kwam mijn duif

Duivenmelkers kijken naar alle kanten als ze hun duiven thuis verwachten. Ze wijzen, gluren en turen Ze speuren het luchtruim af, zwaaien met hun armen , maken grote gebaren.  Zo'n man is nerveus tot het uiterste gespannen, kortom hij is een toonbeeld van onrust
Hieronder wat foto's die dat in beeld brengen. Let niet niet op, of misschien vooral wel, op alle rommel en buitennissige attributen die  zo vaak een mooie opname wat ontsieren.

hij dook over het dak van buurman


als een stipje heel hoog


nou daar zat ie dan en naar binnenlopen ho maar


komt er nog wat van....



















even bellen of Henk al wat heeft


donderdag 24 januari 2013

Zegt het voort



Het oog  van de Muis de moeder vd Schallie


Veel duivenmelkers zijn egotrippers. Ze hebben het vooral over zich zelf en  blijven maar vertellen hoe  ze vroeger de sterren van de hemel en de pannen van het dak vlogen, dat ze de broedschotels wel hadden in kunnen korven want alles vloog prijs.
Ze luisteren maar met een half oor naar je. Dat is zeker zo als je maar een klein onbetekenend melkertje bent en je niet aan de weg timmert.Wat ze opvangen en door vertellen over jouw ervaringen en de prestaties van  je duiven is na enkele dagen aan het andere eind van de stad een heel ander verhaal geworden.Als je   bijvoorbeeld op de club tegen een collega zegt dat je favorieten niet de vorm hebben,vertelt iemand anders een paar uur later dat ze het adeno virus of de coli bacterie hebben. Soms worden er zo oneerlijke dingen  over iemand gezegd en ontstaan er ruzies die hele verenigingen op hun kop zetten.
Een zusje van de Schallie ook kon er wat van

Toch kun je dat onnauwkeurige  verder vertellen ook wel gebruiken om de ander voor de gek te houden. In de zomermaanden gaat een jonge schallie doffer bij mij opeens fantastisch vliegen; vier keer bij de eerste tien van de vereniging en drie maal in de top van het stedelijk concours. Dat is niet mis. Zoiets heb ik nog niet vaak meegemaakt in mijn duivenbestaan. Plotseling ben ik belangrijk. Men informeert belangstellend en zelfs de grote mannen praten nu met me.

Met Peter, die altijd wel in is voor een geintje, spreek ik af dat het succes voornamelijk te danken is aan thee, gewoon Pickwick met sinaasappelsmaak en dat we twee maal in het midden van de week witte tabletten geven. Die heb ik van Gert; zijn vader heeft van gewone kalk tabletjes gemaakt.
 In een buisje met een etiketje ziet dat er zeer professioneel uit. Ze moeten opgelost worden in het drinkwater en 's morgens  toegediend worden. Zo'n buisje kost tien gulden. 

Peter zal het bij hem in de buurt rondbazuinen. Al gauw wordt links en rechts gefluisterd dat ik m'n duiven wat geef.  Dat mijn schallie niet voor niks zo te keer gaat en dat het zelfs aan de prijzen van mijn overnachtduiven is  af te lezen. Gert kan de vraag naar tabletten niet aan. 
Tegen mij wordt niet rechtstreeks iets gezegd maar er worden grappen gemaakt over dopingcontrole. 
Alleen Harrie maakt met mij een praatje over  duiventhee en wil weten over  er in de thee die wij drinken andere stoffen zitten. Het wil er bij hem niet in dat gewone thee van Van Nelle of Douwe Egberts een stimulerende werking heeft en hij denkt dat bij meer dagen mand het effect helemaal weg is.

Zo zie je maar melkers zijn altijd op zoek en ze zijn goedgelovig. Tussen haakjes Gert is te eerlijk; hij moet tegen iedereen nee verkopen, want hij kan  niet aan het idee wennen dat hij zijn duivenvrienden laat betalen voor niets.
Oudere schallie maakte een trip naar Engeland
Met mijn snelle jonge duif bemoeit iedereen zich. 
Al direct na de eerste vroege prijs op St Ghislain, krijg ik het advies het dier maar in te houden en te bewaren voor later. 
Een week later na  Douai roept men dat ik om moeilijkheden vraag en nade derde succesvolle vlucht zeggen ze: ‘ Je wil het onderste uit de kan hebben, kijk maar uit straks ben je hem kwijt.’
Men veronderstelt dat ik de duif op een jonkie of op  verkapt weduwschap speel. 
Wanneer ik verklaar dat de vogel gewoon op het schabbetje gespeeld wordt, is het ongeloof algemeen. 
De Schallie zit op een klein plankje in een donker hoekje hoog  aan de voorkant in't hok en kan vandaar de hele boel in de gaten houden.
Ik weet niet waarom hij goed vliegt en ik weet niet waarom een andere duif niks presteert. Natuurlijk kijk ik heel wijs en als me iets gevraagd wordt, doe ik net of ik over het duivenleven veel heb nagedacht.

©c.u.

zondag 13 januari 2013

Goed gemutst


 Een duif waar je je petje voor mocht afnemen;de fameuze 89 met jong (van wijlen Dick Jacobs)


Af en toe kwam er in het Reclameblok van de  televisie vroeger wel eens  een spotje voorbij van een bedrijf dat iets  met kantoorwerk te maken had.
Je zag een overwerkte man die  uit het raam keek. Hij ontdekte aan de overkant een witte duif met een toverhoedje op.
Hij wreef zich in z'n ogen omdat hij meende te dromen, riep zijn secretaresse maar dan was de vogel  al weer gevlogen.

Enige tijd geleden liep ik op de Hof, 't grote plein in onze stad. Het wemelde er van stadsduiven. De markt was net gesloten en de gemeente reiniging en de duiven waren het plein aan 't opruimen.
De duiven renden driftig heen en weer voor de veegwagens  met hun waterstralen en  pikten alles op, wat ook maar enigszins eetbaar was: patat met mayonaise, onduidelijke kruimels en groente resten.
Duivenliefhebbers kijken met andere ogen naar zulke zwerfduiven dan de gemiddelde burger. Ze zien in zo'n vreemdelingen legioen de vele zieke en gewonde duiven. Duiven met of zonder poten, maar soms lopen er fraaie postduiven tussen.

Ik moest denken aan een verhaal dat  Mart me eens vertelde over de heldendaden van zijn  vader die ook duiven hield. Die had een vriend die op zondag graag naar de pleinduiven keek.
‘ M' n ouwe heer wilde een geintje uithalen,’ zei Mart,’ daar was ie goed in!’
Hij voerde de dieren en ving er een stelletje. Thuis knipte hij van wat oude giro enveloppen de hoekjes, deed er een beetje stroop of glutonlijm in en plakte zo de duiven een voor een, een puntmutsje op hun kop.
‘Hoe kreeg je vader die duiven te pakken,’ onderbrak, ‘ zo makkelijk ging  dat toch zeker niet!’
‘ Oh, heel simpel; met zwart naaigaren,’ verklaarde Mart. ‘ Hij  trok een heel stuk van  'n  garenklosje af,  legde dat uit over de stenen  en strooide  wat voer. De  hongerige duiven raakten met hun poten verward in dat fijne draad en mijn pa kon ze dan zo naar zich toe halen. Eigenlijk was hij op die manier naar duiven aan het hengelen.’

Ik keek hem ongelovig aan. Maar hij ging onverstoorbaar door.
‘ De duiven droegen dus hoedjes ,maar ze moesten ook wat aan de poten hebben, vond hij. Van het witte papier maakte hij kokertjes die aan de uiteinden een beetje rafelig geknipt werden. Die bevestigde hij rond de duivenpootjes. Mijn vader was bonthandelaar. Hij knipte stukjes bont en plakte  die op de tenen en op die kokertjes. Nu leek 't van een afstand of de duiven bontlaarsjes aan hadden.

Vervolgens liet hij ze weer los. En met enige spanning wachtte hij de berichten van Toon, z'n duivenmaat af.
‘Moet je nou eens horen,’ riep die bij 't inmanden van de duiven de vrijdag daarna.
‘ Op de Hof lopen duiven met petjes op!’
Iedereen lachte.
‘Dat heb je zeker gedroomd of je hebt een beetje te diep in het glas gekeken,’ schaterden de liefhebbers.
‘ Nee,’ zei Toon, ik heb 't zelf gezien, ik heb getuigen. Ze droegen ook sokjes!’
Hij had beter niks meer kunnen zeggen want de vrolijkheid steeg ten top.
M'n vader vertelde hoe de vork in de steel zat en toen kon Toon er zelf ook wel een beetje zuurzoet  omlachen.
©c.u.

zaterdag 5 januari 2013

Samen uit: samen thuis



Eens op een dag,al weer heel wat jaren geleden, waar blijft de tijd,  deden duivenbuurman Cobus en ik voor ‘t eerst mee aan Sint Vincent. 
We korfden elk een duif in. Twee doffers die na lange voorbereidingen de zware klus mochten klaren. De stand van de slagpennen was grondig bestudeerd. De laatste weken  kregen de 54 en de 74 snoepzaad en duivebonen om aan te sterken.

Met een tweevaks mandje brachten we onze kanspaarden  naar ‘t inkorfcentrum. Daar kwamen  ze samen  in dezelfde reismand. Dat was vertrouwd. Duiven kennen en herkennen elkaar. De 54 en de 74 waren buurjongens en neven. Ze waren familie. 
Hun hokken stonden 10 meter uit elkaar. Op de zaterdag na de Nationale lossing vielen ze tegelijk. We klokten ze binnen een minuut.

Toen ik de gummiringen draaide, en weer uit het hok stapte, kwam Hennie opgetogen door de tuinpoort om te melden dat haar man  een duif had. De 74 en de 54 haalden stedelijk de 1e en 2e prijs en zaten nationaal bij de eerste 200. Het jaar daarop herhaalden ze het kunstukje. Nu werd de 54 net even eerder geconstateerd en hoorden de neefjes  bij de snelste 500. Opnieuw waren het de eerste duiven van de stad.
Onze beide duiven waren weer gezamenlijk op reis gegaan. Ze legden wellicht de hele terugweg met z’n tweeën af, hadden misschien op het dak van dezelfde afgelegen boerderij geslapen. Wie zal het zeggen!

Twee jaar  kwamen ze  tussen tien en elf  praktisch gelijk thuis. In sprookjes en toeval geloof ik niet. Zoals ik al zei: duiven kennen  elkaar. Natuurlijk moet je daarbij niet denken aan de volgende duivendialoog tijdens een lossing:’ha die neef! Jij hier ook?  Dat is sterk, zeg! Moet je ook naar Holland? Okay dan vlieg ik zover met je mee!’ 
Het buurjongens sprookje liep natuurlijk niet helemaal goed af.
Het jaar daarop ging de 54 op een grauwe regenachtige Dax verloren en de 74 mocht rentenieren in het kweekhok
C.U.