dinsdag 28 februari 2012

Te Vroeg

natuurlijk kreeg ik bloemen


Meestal komen mijn duiven te laat. Ze missen de ware wedstrijdmentaliteit.  Het zijn geen Erben Wennemars, Greta Smit, Sven Kramer of Woeste Irene. Van  tegenstanders, rondetijden en baanrecords hebben ze geen weet.
Mijn fladderaars vliegen met hun dolle kop op de bonnefooi naar huis. Dat is niet iets om trots op te zijn.
Aan de bar keuren hard vliegende clubgenoten me  niet de moeite waard voor een opbouwend gesprek. Hoofdrolspelers onder elkaar heffen het glas; waarom zich bemoeien met een figurant.

Als de mand opengaat ben ik weg wat dacht je dan!
Heel soms komen mijn duiven te vroeg. Dat is ook niet goed. Een aantal zomers geleden vlogen we Chateauroux. Ik had de twee eerste meldingen van de club.  De 10 en de 57,bijgenaamd Bolle Joop, zaten steenvroeg; zelfs in groot verband.
Na de aanvankelijke  telefonische felicitaties werd het verdacht stil. Alleen Harm mobielde mij dat er iets stronterigs aan de knikkers was en dat ik maar niet al te blij moest worden. Hij had zelf ook zo’n snelle Chateaurouxduif. Dat maakte ons tot lot - en bondgenoten.

Op de televisie verscheen  het duiven - bericht dat een aantal duiven was losgebroken.  Daar  konden mijn geweldenaars best eens bij zitten. 
Bij het  elektronisch klok afslaan werd  wat  gefluisterd en stiekem gelachen. Onder aanvoering van de grootste clubpestkop kwam iedereen mij uitgebreid besmuikt gelukwensen. Tot overmaat van ramp kreeg ik ook nog bloemen.

Pas zondagavond laat, kwam er, via via, een telefonische uitnodiging voor een ophelderend gesprek op dinsdag met het  afdelingsbestuur en de lossingverantwoordelijken. Een deel van mijn duiven was met plusminus vijftig andere duiven  te vroeg vertrokken.
‘Je duiven zaten in een paar restmanden en zijn ontsnapt’, zei mijn beller.
‘Ja ja, ‘reageerde ik pissig,’ik geef ze altijd een ijzerzaagje en een draadtangetje mee. Het zijn bekwame uitbrekers.’
De afdelingsboodschapper lachte.
‘En ik kom niet,’ ging ik verder,’ want ik heb geen duiven te vroeg losgelaten.’

Na die dinsdag vernam ik toch hoe de vork aan de steel had vastgezeten.  Eén van de begeleiders had de eerste deur van de container geopend om   een gemakkelijke stoel te pakken. Hij wist niet dat de restmanden daar al op scherp stonden. Het gevolg was dat opeens duiven de zonnige hemel instormden, waaronder waarschijnlijk, maar niet bewijsbaar, mijn blauwe10 en bolle 57. Het op die manier verprutste afdelingsconcours werd afgelast.

Mijn Bolle Joop

Door  dit alles was ik stevig in mijn wiek geschoten. Ik was zo uit mijn humeur dat ik mijn  'Tien'  en Bolle Jopie tien dagen later inmandde naar ZLU Bordeaux met ochtendlossing. De doffer zorgde voor een klein goedmakertje. Hij legde de 925 km in een ruk af, en klasseerde zich ’s avonds om dik kwart over zeven als 3e in de  regio en was 10e tegen royaal  tweeduizend duiven in de Fondunie.
O ja, na Chateauroux wilden de meesten van onze club geen duiven in een restmand hebben. Net of ‘t daaraan had gelegen: vreemd volk, duivenmelkers.


Het hoeft niet altijd over duiven te gaan toch dus lees ook eens:http://binnenpark.blogspot.com/2011/02/meester-ze-staken-een-scheet-in-brand.html